Spring naar inhoud

Geconsolideerde jaarrekening 2021

Stichting voor Christelijk BVE Friesland/Flevoland

Geconsolideerde balans per 31 december 2021

Na resultaatbestemming

  Bedragen * € 1.000   31/12/2021   31/12/2020
1 Activa
Vaste activa
1.1 Immateriële vaste activa 55   71  
1.2 Materiële vaste activa 75.908   78.916  
Totaal vaste activa 75.963 78.987
  Vlottende activa        
1.5 Vorderingen 3.834   3.043  
1.7 Liquide middelen 38.656   26.937  
Totaal vlottende activa 42.490 29.980
1 TOTAAL ACTIVA 118.453 108.967
           
2 Passiva
2.1 Eigen Vermogen 88.909   81.631  
2.2 Voorzieningen 9.178   8.437  
2.3 Langlopende schulden 190   218  
2.4 Kortlopende schulden 20.176   18.681  
2 TOTAAL PASSIVA 118.453 108.967

Geconsolideerde staat van baten en lasten over 2021

  Bedragen * € 1.000 2021 Begroting 2021 2020
  Baten      
3.1 Rijksbijdragen 131.770 120.265 119.912
3.2 Overige overheidsbijdragen en -subsidies 803 722 764
3.3 College-, cursus-, les- en examengelden 1.749 2.179 2.114
3.4 Baten werk in opdracht van derden 5.361 5.837 5.102
3.5 Overige baten 2.146 2.125 1.816
Totaal baten 141.829 131.128 129.708
  Lasten      
4.1 Personeelslasten 106.867 103.294 102.292
4.2 Afschrijvingen 7.662 8.128 8.101
4.3 Huisvestingslasten 7.060 6.752 6.326
4.4 Overige lasten 12.942 12.963 11.707
Totaal lasten 134.531 131.137 128.426
Saldo baten en lasten 7.298 -9 1.282
5 Financiële baten en lasten -15 9 -70
Resultaat 7.283 0 1.211
6 Belastingen 5 0 -6
Nettoresultaat 7.278 0 1.218

Geconsolideerd overzicht totaalresultaat over 2021

Bedragen * € 1.000 2021 Begroting 2021 2020
Geconsolideerd nettoresultaat na belastingen 7.278 0 1.218
Totaal van de rechtstreekse mutaties in het eigen vermogen 0 0 0
Totaalresultaat 7.278 0 1.218

Geconsolideerd kasstroomoverzicht over 2021

Bedragen * € 1.000 2021 2020
     
Kasstroom uit operationele activiteiten    
Saldo van baten en lasten 7.298 1.282
Aanpassingen voor:    
Afschrijvingen (1.1, 1.2 en 4.2) 7.662 8.101
Boekwinst op materiële vaste activa -341 -68
Toename voorzieningen (2.2) 741 698
8.062 8.731
Veranderingen in werkkapitaal    
Afname (2020: toename) vorderingen (1.5) -803 1.088
Toename (2020: afname) schulden (2.4) 1.699 -8.291
896 -7.203
Kasstroom uit bedrijfsoperaties 16.256 2.810
     
Ontvangen interest 0 21
Betaalde interest -16 -71
Betaalde belastingen 6 44
-10 -6
Totaal kasstroom uit operationele activiteiten 16.246 2.804
     
Kasstroom uit investeringsactiviteiten    
Investeringen in materiële vaste activa (1.2) -5.247 -3.220
Desinvesteringen in materiële vaste activa (1.2) 747 234
Totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten -4.500 -2.986
     
Kasstroom uit financieringsactiviteiten    
Aflossing langlopende schulden (2.3) -27 -526
Totaal kasstroom uit financieringsactiviteiten -27 -526
     
Mutatie geldmiddelen 11.719 -708

Toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening 2021

Algemeen

Stichting voor Christelijk BVE Friesland/Flevoland is statutair gevestigd op de Eenhoorn 4 in Leeuwarden en bij de Kamer van Koophandel geregistreerd onder nummer 41003498. De stichting (hierna genoemd: ROC Friese Poort) heeft tot doel de oprichting en instandhouding van één of meer instellingen voor beroepsonderwijs en volwasseneneducatie in Friesland en in Flevoland. Deze jaarrekening bevat de financiële informatie van zowel de stichting als haar geconsolideerde 100%-deelneming Friese Poort Opleiding en Training B.V. te Leeuwarden.

Toegepaste Standaarden

De geconsolideerde jaarrekening van de stichting is opgesteld in overeenstemming met de wettelijke bepalingen van Titel 9 Boek 2 BW, de bepalingen van en krachtens de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) en de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving, in het bijzonder RJ 660 onderwijsinstellingen. Deze bepalingen zijn van toepassing op grond van de Regeling Jaarverslaggeving Onderwijs (RJO).

De grondslagen die worden toegepast voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling zijn gebaseerd op historische kosten, tenzij anders vermeld in de verdere grondslagen.

Verslaggevingsperiode

Deze jaarrekening heeft betrekking op het boekjaar 2021, dat is geëindigd op balansdatum 31 december 2021.

Continuïteit

Wij hebben de continuïteit van ROC Friese Poort beoordeeld. Gezien de huidige ontwikkelingen en de solide vermogens- en liquiditeitspositie is de continuïteit gewaarborgd. Op grond hiervan is de jaarrekening opgesteld op basis van de continuïteitsveronderstelling.

Grondslagen voor waardering van activa en passiva en resultaatbepaling

Algemeen
Activa en passiva zijn opgenomen tegen historische kostprijs, tenzij anders staat vermeld in de verdere grondslagen.

ROC Friese Poort neemt een actief alleen in de balans op als het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen aan ROC Friese Poort toekomen en de waarde ervan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Verplichtingen worden in de balans opgenomen als het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard gaat met een uitstroom van middelen die economische voordelen in zich bergen en de omvang van het bedrag daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Activa die hier niet aan voldoen worden niet in de balans verwerkt, maar worden aangemerkt als niet in de balans opgenomen activa.

Onder verplichtingen worden mede voorzieningen begrepen. Verplichtingen die hier niet aan voldoen worden niet in de balans opgenomen, maar worden verantwoord als niet in de balans opgenomen verplichtingen.

Een in de balans opgenomen actief of verplichting blijft op de balans opgenomen als een transactie niet leidt tot een belangrijke verandering in de economische realiteit met betrekking tot het actief of de verplichting. Dergelijke transacties geven evenmin aanleiding tot het verantwoorden van resultaten. Bij de beoordeling of er sprake is van een belangrijke verandering in de economische realiteit wordt uitgegaan van de economische voordelen en risico’s die zich naar alle waarschijnlijkheid in de praktijk zullen voordoen en niet op basis van voordelen en risico’s waarvan redelijkerwijze niet te verwachten is dat zij zich zullen voordoen. Een actief of verplichting wordt niet langer in de balans opgenomen indien een transactie ertoe leidt dat alle of nagenoeg alle rechten of economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico’s met betrekking tot het actief of de verplichting aan een derde zijn overgedragen. De resultaten van de transactie worden in dat geval direct in de staat van baten en lasten opgenomen, rekening houdend met eventuele voorzieningen die dienen te worden getroffen in samenhang met de transactie. Indien de weergave van de economische realiteit ertoe leidt dat het opnemen van activa waarvan de rechtspersoon niet het juridisch eigendom bezig, wordt dit feit vermeld.      

De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben.

Baten worden in de staat van baten en lasten opgenomen wanneer een vermeerdering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermeerdering van een actief of een vermindering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld.

Lasten worden verwerkt wanneer een vermindering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermindering van een actief of een vermeerdering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld.

De jaarrekening wordt gepresenteerd in euro’s, wat tevens de functionele valuta van de stichting is. Alle financiële informatie in de hoofdoverzichten is afgerond op het dichtstbijzijnde duizendtal in euro’s. De financiële informatie in de toelichting is in hele euro’s weergegeven, tenzij in de toelichting anders vermeld.

GEBRUIK VAN SCHATTINGEN
De opstelling van de jaarrekening vereist dat het management oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen en van baten en lasten. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen. De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft. De waarderingsgrondslag van personele voorzieningen is naar de mening van het management het meest kritisch voor het weergeven van de financiële positie en vereist schattingen en veronderstellingen. De schattingen en veronderstellingen worden toegelicht bij de toelichting van de voorzieningen.

Consolidatie

Meerderheidsdeelnemingen en overige verbonden partijen waarover overheersende zeggenschap kan worden uitgeoefend dan wel waarover de centrale leiding bestaat, worden geconsolideerd. Overheersende zeggenschap, direct of indirect, kan worden uitgeoefend doordat beschikt wordt over een meerderheid van stemrechten, meer dan de helft van de bestuurders of van de commissarissen kan benoemen of ontslaan of op enige andere manier de financiële en operationele activiteiten worden beheerst. Hierbij worden ook financiële instrumenten betrokken die potentiele stemrechten bevatten en zodanig kunnen worden uitgeoefend dat ze daardoor de stichting meer of minder invloed verschaffen.

In de geconsolideerde jaarrekening is opgenomen de 100%-deelneming Friese Poort Opleiding en Training B.V. te Leeuwarden.

Hierbij is de integrale methode toegepast, waardoor activa, passiva en de baten en lasten voor 100% zijn meegenomen in de geconsolideerde jaarrekening. Intercompany-transacties, resultaten en onderlinge vorderingen en schulden worden geëlimineerd.

De posten in de geconsolideerde jaarrekening worden opgesteld volgens uniforme grondslagen van waardering en resultaatbepaling van de groep.

VERGELIJKENDE CIJFERS
In 2021 is geen sprake geweest van herrubricering van vergelijkende cijfers over 2020.

FINANCIËLE INSTRUMENTEN
ROC Friese Poort kent de volgende financiële instrumenten: debiteuren en overige vorderingen, geldmiddelen, leningen, crediteuren en overige schulden. Zij heeft geen afgeleide financiële instrumenten. Financiële activa en financiële verplichtingen worden in de balans opgenomen op het moment dat contractuele rechten of verplichtingen ten aanzien van dat instrument ontstaan. Een financieel instrument wordt niet langer in de balans opgenomen indien een transactie ertoe leidt dat alle of nagenoeg alle rechten op economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico’s met betrekking tot de positie aan een derde zijn overgedragen. Financiële instrumenten (en afzonderlijke componenten van financiële instrumenten) worden in de geconsolideerde jaarrekening gepresenteerd in overeenstemming met de economische realiteit van de contractuele bepalingen. Financiële instrumenten worden bij de eerste opname verwerkt tegen reële waarde, waarbij (dis)agio en de direct toerekenbare transactiekosten in de eerste opname worden meegenomen. Na de eerste opname worden financiële instrumenten op de hierna beschreven manier gewaardeerd.

Bepaling reële waarde 
De reële waarde van een financieel instrument is het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een passief kan worden afgewikkeld tussen ter zake goed geïnformeerde partijen, die tot een transactie bereid en van elkaar onafhankelijk zijn. De reële waarde van niet-beursgenoteerde financiële instrumenten wordt bepaald door de verwachte kasstromen contant te maken tegen een disconteringsvoet die gelijk is aan de geldende risicovrije marktrente voor de resterende looptijd vermeerderd met krediet- en liquiditeitsopslagen.

Debiteuren en overige vorderingen
Vorderingen worden na eerste opname gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs. Dit gebeurt op basis van de effectieve-rentemethode, verminderd met bijzondere waarderingsverliezen. De effectieve rente en eventuele bijzondere waardeverminderingsverliezen worden direct in de staat van baten en lasten verwerkt.

Langlopende en kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen
Langlopende en kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen worden na eerste opname gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode. De effectieve rente wordt direct in de staat van baten en lasten verwerkt.

De aflossingsverplichtingen voor het komend jaar van de langlopende schulden worden opgenomen onder kortlopende schulden.

Waarderingsgrondslagen balans

Immateriële vaste activa
De immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs onder aftrek van de cumulatieve afschrijvingen en de bijzondere waardeverminderingen.

De verkrijgingsprijs bestaat uit de aanschafwaarde per 1 juli 2015 van activiteiten en klantenbestanden van Maritieme Opleidingen Urk en Kennis Instituut Veiligheid (Goodwill).

De immateriële vaste activa wordt lineair afgeschreven op basis van de verwachte economische levensduur.

Voor goodwill wordt een afschrijvingstermijn van 10 jaar gehanteerd.

Immateriële vaste activa worden in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige voordelen die dat actief in zich bergt, zullen toekomen aan de stichting en de kosten van dat actief betrouwbaar kunnen worden vastgesteld.

De grondslagen voor de vaststelling en verwerking van bijzondere waardeverminderingen zijn opgenomen onder het hoofd Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa.

Materiële vaste activa
Materiële vaste activa worden in de balans verwerkt indien het waarschijnlijk is dat de toekomstige prestatie-eenheden met betrekking tot dat actief zullen toekomen aan de stichting en de kosten van het actief betrouwbaar kunnen worden vastgesteld. De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs plus bijkomende kosten of vervaardigingsprijs onder aftrek van cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. De kostprijs van de activa die door de stichting in eigen beheer zijn vervaardigd, bestaat uit de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten die rechtstreeks kunnen worden toegerekend aan de vervaardiging. Verder omvat de vervaardigingsprijs een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente op schulden over het tijdvak dat kan worden toegerekend aan de vervaardiging van de activa. Op de materiele vaste activa wordt lineair afgeschreven gedurende de geschatte toekomstige gebruiksduur. Afschrijving start op het moment dat een actief beschikbaar is voor het beoogde gebruik en wordt beëindigd bij buitengebruikstelling of bij afstoting.

Onderhoudsuitgaven worden slechts geactiveerd als zij de gebruiksduur van het object verlengen. De kosten van groot onderhoud worden verwerkt volgens de componentenbenadering. Dit houdt in dat bij de uitvoering van het onderhoud deze kosten worden verwerkt in de balans als materieel vast actief, indien aan de activeringsciteria wordt voldaan. Het actief wordt opgesplitst in één of meer componenten, ieder met een eigen economische levensduur en dus afschrijvingstermijn. Overige onderhoudsuitgaven worden direct in de resultatenrekening verwerkt.

De componenten en afschrijvingstermijnen die Friese Poort onderkent zijn:

Component Afschrijvingstermijn in jaren
Terreinverharding 20
Bouwkundig 5-35
Schilderwerk 7
Dakbedekking 30
Vloeren (linoleum) 15
Plafonds 25
Liftinstallaties 25
Overige installaties 15

Buiten gebruik gestelde activa worden gewaardeerd tegen boekwaarde of lagere opbrengstwaarde. Op overige inventaris en apparatuur wordt 6,7% - 33,3% per jaar afgeschreven. Op terreinen en op materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering, alsmede vooruitbetalingen op materiële vaste activa wordt niet afgeschreven.

Bijzondere waardeverminderingenmateriele- en immateriële vaste activa
Voor materiële- en immateriële vaste activa en deelnemingen waarin invloed van betekenis kan worden uitgeoefend wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat deze activa onderhevig zijn aan bijzondere waardeverminderingen. Als dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat. Als het niet mogelijk is de realiseerbare waarde te schatten voor een individueel actief, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief behoort.

Van een bijzondere waardevermindering is sprake als de boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare waarde; de realiseerbare waarde is de hoogste van de opbrengstwaarde en de boekwaarde. Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt direct als last verwerkt in de staat van baten en lasten onder gelijktijdige verlaging van de boekwaarde van het betreffende actief.

Verder wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er enige indicatie is dat een in eerdere jaren verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies is verminderd. Als een dergelijke indicatie aanwezig is, wordt de realiseerbare waarde van het betreffende actief (of kasstroomgenererende eenheid) geschat.

Terugneming van een eerder verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies vindt alleen plaats als sprake is van een wijziging van de gehanteerde schattingen bij het bepalen van de realiseerbare waarde sinds de verantwoording van het laatste bijzonder waardeverminderingsverlies. In dat geval wordt de boekwaarde van het actief (of kasstroomgenererende eenheid) opgehoogd tot de geschatte realiseerbare waarde, maar niet hoger dan de boekwaarde die bepaald zou zijn (na afschrijvingen) als in voorgaande jaren geen bijzonder waardeverminderingsverlies voor het actief (of kasstroomgenererende eenheid) zou zijn verantwoord.

Een bijzonder waardeverminderingsverlies voor goodwill wordt niet teruggenomen in een volgende periode

Vervreemding van vaste activa
Voor verkoop beschikbare vaste activa worden gewaardeerd tegen boekwaarde of lagere opbrengstwaarde.

Financiële vaste activa
De 100% deelneming Friese Poort Opleiding en Training B.V in de enkelvoudige jaarrekening wordt gewaardeerd volgens de vermogensmutatiemethode op basis van de nettovermogenswaarde. Bij de bepaling van de nettovermogenswaarde worden de waarderingsgrondslagen van de stichting gehanteerd.

Bijzondere waardeverminderingen financiële activa
Een financieel actief dat niet wordt gewaardeerd tegen (1) reële waarde met waardewijzigingen in de staat van baten en lasten of (2) geamortiseerde kostprijs of lagere marktwaarde, wordt op iedere verslagdatum beoordeeld om te bepalen of er objectieve aanwijzingen bestaan dat het actief een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Een financieel actief wordt geacht onderhevig te zijn aan een bijzondere waardevermindering indien er objectieve aanwijzingen zijn dat na de eerste opname van het actief zich een gebeurtenis heeft voorgedaan die een negatief effect heeft op de verwachte toekomstige kasstromen van dat actief en waarvan een betrouwbare schatting kan worden gemaakt.

Aanwijzingen voor bijzondere waardeverminderingen van vorderingen die door de stichting worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs worden zowel op het niveau van specifieke activa als op collectief niveau in aanmerking genomen. Van afzonderlijk belangrijke vorderingen wordt beoordeeld of deze individueel onderhevig zijn aan bijzondere waardevermindering. Van afzonderlijk belangrijke vorderingen die niet individueel onderhevig zijn gebleken aan bijzondere waardevermindering en van afzonderlijk niet belangrijke vorderingen wordt collectief beoordeeld of deze onderhevig zijn aan bijzondere waardevermindering, dit door samenvoeging van vorderingen en beleggingen met vergelijkbare risicokenmerken.

Een bijzonder waardeverminderingsverlies met betrekking tot een tegen geamortiseerde kostprijs gewaardeerd financieel actief wordt bepaald als het verschil tussen de boekwaarde en de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen, gedisconteerd tegen de oorspronkelijke effectieve rente van het actief. Bijzondere waardeverminderingsverliezen worden opgenomen in de staat van baten en lasten. Rente op het aan een bijzondere waardevermindering onderhevige actief blijft verantwoord worden via oprenting van het actief met de oorspronkelijke effectieve rente van het actief.

Als in een latere periode de waarde van het actief, onderhevig aan een bijzondere waardevermindering, stijgt en het herstel objectief in verband kan worden gebracht met een gebeurtenis die plaatsvond na de opname van het bijzondere waardeverminderingsverlies, wordt het bedrag uit hoofde van het herstel (tot maximaal de oorspronkelijke kostprijs) opgenomen in de staat van baten en lasten.

Onderhanden projecten
De post onderhanden projecten bestaat uit het saldo van gerealiseerde projectkosten (kosten die direct betrekking hebben op het project, kosten die toerekenbaar en toewijsbaar aan het project en andere kosten die contactueel aan de opdrachtgever kunnen worden toegerekend), toegerekende winst, verwerkte verliezen en reeds gedeclareerde termijnen.

De winstneming op en vaststelling van onderhanden projecten is gebaseerd op de percentage of completion methode. De mate waarin prestaties van een onderhanden project zijn verricht wordt bepaald aan de hand van de tot de balansdatum gemaakte projectkosten in verhouding tot de geschatte totale projectkosten. Voor zover noodzakelijk is bij de waardering van onderhanden projecten rekening gehouden met een voorziening voor verwachte verliezen. Verwachte verliezen op onderhanden projecten worden onmiddellijk in de staat van baten en lasten verwerkt. Het bedrag van het verlies wordt bepaald ongeacht of het project reeds is aangevangen, het stadium van realisatie van het project of het bedrag aan winst dat wordt verwacht op andere, niet gerelateerde projecten.

Het saldo van alle onderhanden projecten wordt in één totaalbedrag in de balans gepresenteerd. Enerzijds een debetbedrag betreffende projecten waarvan de gerealiseerde projectkosten en toegerekende winst de gedeclareerde termijnen overtreffen, en anderzijds een creditbedrag betreffende projecten waarvan de waarde van de gedeclareerde termijnen en de verwerkte verliezen de gerealiseerde projectkosten en toegerekende winst overtreft

Vlottende activa
Vorderingen
De grondslag voor de waardering van vorderingen zijn beschreven onder het hoofd Financiële instrumenten

Liquide middelen
De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Deze staan ter vrije beschikking, tenzij anders is vermeld.Indien liquide middelen niet ter vrije beschikking staan, wordt hiermee rekening gehouden bij de waardering.

Saldering van financiële instrumenten
Een financieel actief en een financiële verplichting worden gesaldeerd als de stichting beschikt over een deugdelijk juridisch instrument om het financiële actief en de financiële verplichting gesaldeerd af te wikkelen en de stichting het stellige voornemen heeft om het saldo als zodanig netto of simultaan af te wikkelen.

Als sprake is van een overdracht van een financieel actief dat niet voor verwijdering uit de balans in aanmerking komt, wordt het overgedragen actief en de daarmee samenhangende verplichting niet gesaldeerd.

Eigen vermogen
Onder het eigen vermogen worden de algemene reserve, de publieke en private bestemmingsreserves gepresenteerd.

De algemene reserve staat ter  vrije beschikking van het bestuur. De bestemmingsreserves zijn reserves met een beperkte bestedingsmogelijkheid, die door het bestuur is aangebracht.  Reserves die aantoonbaar zijn opgebouwd uit private middelen worden als bestemmingsreserve privaat gerubriceerd.

Voorzieningen
Een voorziening wordt in de balans opgenomen wanneer er sprake is van:

  • een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting die het gevolg is van een gebeurtenis in het verleden;
  • waarvan een betrouwbare schatting kan worden gemaakt; en
  • het waarschijnlijk is dat voor afwikkeling van die verplichting een uitstroom van middelen nodig is.

Indien de tijdswaarde van geld materieel is en de periode waarover de uitgaven contant worden gemaakt meer dan een jaar is, worden voorzieningen gewaardeerd tegen de contante waarde van de beste schatting van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen en verliezen af te wikkelen. Dit is van toepassing op de jubileumvoorziening en voorzieningen duurzame inzetbaarheid. De rekenrente bedraagt 0% (actuele marktrente per 31-12-2021). Overige voorzieningen zijn gezien de kortlopende duur gewaardeerd tegen nominale waarde.

Voorziening wachtgeld en voorziening WGA
Dit betreft de nominale waarde van de toekomstige te betalen uitkeringen aan medewerkers inzake wachtgeld en WGA in het kader van het eigen risico dragerschap van ROC Friese Poort. De voorziening WGA wordt gebaseerd op basis van een individuele inschatting van de verwachte arbeidsongeschiktheid en de verwachte looptijd van de WGA-uitkering, met een maximale looptijd van tien jaar. De kosten zijn gebaseerd op de bekende WGA’ers en zieken op balansdatum en op de verwachte instroom in de WGA en de Ziektewet.

Voorziening spaarverlof ADV
De voorziening spaarverlof ADV betreft een voorziening op basis van de spaarverlof ADV regeling. De voorziening betreft het geschatte bedrag van de in de toekomst af te wikkelen spaarverloven. De berekening is gebaseerd op de gedane toezeggingen en blijfkansen van medewerkers.

Voorziening duurzame inzetbaarheid
De voorziening duurzame inzetbaarheid is gebaseerd op de cao-afspraken inzake de regeling duurzame inzetbaarheid (seniorenverlof) en een ROC Friese Poort generatieregeling (uiterste instroomdatum 1 augustus 2022). Beide regelingen hebben het kenmerk van een voorziening met opbouw van rechten. Hierbij is rekening gehouden met de blijfkans, leeftijd en deelnamepercentages.

Jubileumvoorziening
De jubileumvoorziening heeft betrekking op toekomstige jubileumuitkeringen aan medewerkers op basis van de duur van het dienstverband, en is grotendeels langlopend. De voorziening betreft de contante waarde van het geschatte bedrag van de in de toekomst uit te keren jubileumuitkeringen. De berekening is gebaseerd op gedane toezeggingen, blijfkansen en leeftijden.

Voorziening WAB tijdelijk contract
Op grond van de Wet Arbeidsmarkt in Balans (ingangsdatum 1 januari 2019) hebben werknemers met tijdelijke contracten recht op een transitievergoeding bij ontslag vanaf de eerste werkdag. De voorziening is gevormd voor contracten die vóór balansdatum zijn afgesloten en waarvan de intentie aanwezig is om deze na balansdatum niet te verlengen.

Reorganisatievoorziening
Deze voorziening is opgenomen bij de deelneming en betreft de feitelijke verplichtingen die op balansdatum bestaan en is opgebouwd uit bedragen die worden uitgegeven voor de afvloeiing van werknemers.

Langlopende schulden
De waardering van langlopende schulden is toegelicht onder het hoofd Financiële instrumenten.

Kortlopende schulden
De waardering van langlopende schulden is toegelicht onder het hoofd Financiële instrumenten.

Grondslagen voor de bepaling van baten en lasten

Algemeen
Met inachtneming van het hiervoor genoemde worden de baten en lasten toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Winsten worden slechts genomen, voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen als zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.

Rijksbijdragen, overige overheidsbijdragen en -subsidies
Rijksbijdragen, overige overheidsbijdragen en -subsidies worden in het jaar waarop de toekenning betrekking heeft, volledig verwerkt als baten in de staat van baten en lasten. Indien deze opbrengsten betrekking hebben op een specifiek doel en er sprake is van bestedingsverplichtingen, dan worden deze naar rato van de verrichte werkzaamheden als baten verantwoord. Indien toegekende gelden betrekking hebben op een specifiek doel, maar geen sprake is van bestedingsverplichtingen, worden de ontvangen gelden als bate verantwoord in het jaar  waarop de gelden betrekking hebben, tenzij toerekening naar schooljaar plaats vindt (i.p.v. kalenderjaar) of sprake is van een concreet bestedingsplan voor de periode na balansdatum.

Subsidies ter compensatie van gemaakte kosten worden als opbrengsten in de staat van baten en lasten opgenomen in dezelfde periode als die waarin de kosten worden gemaakt. Subsidies ter compensatie van kosten van een actief worden  als vooruitontvangen bedrag onder de overlopende passiva opgenomen, en kunnen zowel een langlopend als kortlopend karakter hebben. Vrijval van deze subsidies wordt tijdsevenredig in de staat van baten en lasten verwerkt gedurende de gebruiksduur van het actief.

College-, cursus-, les- en examengelden
De college-, cursus-, les- en examengelden worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben, waarbij ervan uitgegaan is dat reguliere onderwijs- en onderzoekstaken gelijkmatig over het schooljaar zijn gespreid.

Baten werk in opdracht van derden
Opbrengsten van werk in opdracht van derden (contractonderwijs) worden in de staat van baten en lasten als baten opgenomen voor een bedrag gelijk aan de kosten als vast staat dat deze kosten declarabel zijn. Een eventueel positief resultaat wordt genomen naar rato van het stadium van voltooiing van de opdracht op verslagdatum (de zogeheten percentage of completion methode).

Overige bedrijfsopbrengsten
Overige bedrijfsopbrengsten bestaan uit baten uit verhuur, detachering en overige baten. Opbrengsten uit hoofde van verleende diensten worden in de staat van baten en lasten als baten opgenomen naar rato van het stadium van voltooiing van de transactie op verslagdatum.

Personeelsbeloningen
Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de staat van baten en lasten voor zover ze verschuldigd zijn aan werknemers respectievelijk de belastingdienst en het pensioenfonds.

De beloningen van het personeel worden als last in de staat van baten en lasten verantwoord in de periode waarin de arbeidsprestatie wordt verricht en, voor zover nog niet uitbetaald, als verplichting op de balans opgenomen. Onder personeelsbeloningen is inbegrepen: opbouw van rechten, personeelsregelingen en transitievergoedingen. Als de reeds betaalde bedragen de verschuldigde beloningen overtreffen, wordt het meerdere opgenomen als een overlopend actief voor zover er sprake zal zijn van terugbetaling door het personeel of van verrekening met toekomstige betalingen door de stichting.

Pensioenen
Stichting Friese Poort heeft een pensioenregeling bij Stichting Bedrijfspensioenfonds ABP op basis van het middelloonstelsel. Op deze pensioenregeling zijn de bepalingen van de Nederlandse Pensioenwet van toepassing. De pensioenpremies worden verantwoord als personeelskosten zodra deze verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde premies worden opgenomen als overlopende activa als dit tot een terugstorting leidt of tot een vermindering van toekomstige betalingen. Nog niet betaalde premies worden als verplichting op de balans opgenomen. De beleidsdekkingsgraad van Stichting Bedrijfspensioenfonds ABP per 31 december 2021 was 110,6% (2020: 93,2%). Dit is boven het wettelijk vereiste minimum van 104,2%. De risico’s van loonontwikkeling, prijsindexatie en beleggingsrendement op het fondsvermogen zullen mogelijk leiden tot toekomstige aanpassingen in de jaarlijkse bijdragen aan het pensioenfonds. Deze risico’s komen niet tot uitdrukking in de balans. 

Ontslagvergoedingen
Ontslagvergoedingen zijn vergoedingen die worden toegekend in ruil voor de beëindiging van het dienstverband. Een uitkering als gevolg van ontslag wordt als verplichting en als last verwerkt als de stichting zich aantoonbaar onvoorwaardelijk heeft verbonden tot betaling van een ontslagvergoeding. Als het ontslag onderdeel is van een reorganisatie, worden de kosten van de ontslagvergoeding opgenomen in een reorganisatievergoeding. Zie hiervoor de grondslag onder het hoofd Voorzieningen.

Financiële baten en lasten
Rentebaten worden verantwoord in de periode waartoe zij behoren, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de desbetreffende actiefpost. Rentelasten en soortgelijke lasten worden verantwoord in de periode waartoe zij behoren. Agio, disagio en aflossingspremies worden verantwoord als rentelast in de periode waartoe zij behoren. De toerekening van deze rentelast en de rentevergoeding over de lening is de effectieve rente die in de staat van baten en lasten wordt verwerkt. In de balans is (per saldo) de amortisatiewaarde van de schuld(en) verwerkt. De nog niet in de staat van baten en lasten verwerkte bedragen van het agio en de al in de  staat van baten en lasten verwerkte aflossingspremies worden verwerkt als verhoging van de schuld(en) waarop ze betrekking hebben. De nog niet in de staat van baten en lasten verwerkte bedragen van het disagio worden verwerkt als verlaging van de schuld(en) waarop ze betrekking hebben

Belastingen
Een groot deel van de activiteiten valt niet onder de vennootschapsbelastingplicht op basis van de activiteitentoets als de bekostigingseis van de subjectvrijstelling ex artikel 6b lid 1 onderdeel b Wet VPB 1969. Alleen over activiteiten van Friese Poort Opleiding en Training B.V. is vennootschapsbelasting verschuldigd.

De vennootschapsbelasting betreft de over de verslagperiode verschuldigde en verrekenbare winstbelasting. Deze wordt berekend op basis van het in de winst-en-verliesrekening verantwoorde resultaat, rekening houdend met fiscaal vrijgestelde posten en geheel of gedeeltelijk niet-aftrekbare kosten, het geldende belastingtarief en eventuele correcties op de over voorgaande jaren verschuldigde belasting.

Operational lease
Er is sprake van een aantal leasecontracten waarbij een groot deel van de voor- en nadelen die aan eigendom verbonden zijn, niet bij de stichting ligt. Deze leasecontracten zijn verantwoord als operational lease. Leasebetalingen worden op lineaire basis verwerkt in de staat van baten en lasten over de looptijd van het contract.

Kasstroomoverzicht
Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode. De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit de liquide middelen.

Ontvangsten en uitgaven uit hoofde van interest en winstbelastingen zijn opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten.

Toelichting op de geconsolideerde balans

Vaste activa

1.1 Immateriële vaste activa

1.1 Immateriële vaste activa 1.1.3 Goodwill
Aanschafwaarde 01-01-2021 158.381
Cumulatieve afschrijvingen 01-01-2021 -87.110
Boekwaarde 01-01-2021 71.271
Investeringen boekjaar 0
Desinvesteringen aanschafwaarde 0
Cumulatieve afschrijvingen desinvesteringen 0
Afschrijvingen lopend jaar -15.838
Aanschafwaarde 31-12-2021 158.381
Cumulatieve afschrijvingen 31-12-2021 -102.948
Boekwaarde 31-12-2021 55.433

De goodwill betreft door ROC Friese Poort Bedrijfsopleidingen betaalde goodwill voor overname van activiteiten en klantenbestanden van Maritieme Opleidingen Urk en Kennis Instituut Veiligheid. De goodwill wordt in 10 jaar afgeschreven.

1.2. Materiële vaste activa

1.2 Materiële vaste activa 1.2.1 Terreinen 1.2.1 Gebouwen 1.2.2 Inventaris en apparatuur 1.2.4 In uitvoering en vooruit- betaling Totaal materiële vaste activa
Aanschafwaarde 01-01-2021 9.763.209 111.856.603 46.976.097 61.843 168.657.753
Cumulatieve afschrijvingen 01-01-2021 0 -57.158.669 -32.582.589 0 -89.741.258
Boekwaarde 01-01-2021 9.763.209 54.697.934 14.393.508 61.843 78.916.494
Investeringen boekjaar 0 1.165.708 3.725.938 151.100 5.042.746
Desinvesteringen aanschafwaarde (*) 0 -522.470 -1.162.631 -61.843 -1.746.944
Cumulatieve afschrijvingen desinvesteringen (*) 0 223.924 1.117.320 0 1.341.244
Afschrijvingen lopend jaar 0 -3.746.944 -3.899.015 0 -7.645.959
Aanschafwaarde 31-12-2021 9.763.209 112.499.841 49.539.404 151.100 171.953.555
Cumulatieve afschrijvingen 31-12-2021 0 -60.681.689 -35.364.284 0 -96.045.973
Boekwaarde ultimo boekjaar 9.763.209 51.818.152 14.175.120 151.100 75.907.581
           

1.2.1. Terreinen en gebouwen

In de investeringen op terreinen en gebouwen is € 0,7 mln. opgenomen m.b.t. verbetering en uitbreiding van gebouw A in Drachten, € 0,3 mln. voor nieuwbouw droge trainingsfaciliteit in Urk en € 0,1 mln. m.b.t. verbetering van Wilaarderburen in Leeuwarden. 

Vervangen componenten aan een gebouw zijn verwerkt als investering, met daar tegenover een desinvestering van het vervangen component. Als gevolg van vervangen componenten van gebouw A in Drachten is € 0,3 mln. boekverlies gerealiseerd. 

1.2.2. Inventaris en apparatuur

In 2021 is € 3,7 mln. (2020: € 3,4 mln.) in inventaris en apparatuur geïnvesteerd. Hiervan is € 1,9 mln. uitgegeven aan hard- en software, waarvan € 0,3 mln. aan hard- en software voor zeevaart- en binnenvaartsimulatoren. De overige € 1,6 mln. is uitgegeven aan nieuwe laptops en servers.

Investeringen in machines en apparatuur bedraagt € 1,6 mln. (2020: € 1,3 mln.) hoofdzakelijk ten behoeve van het onderwijs. € 0,3 mln. hiervan komt voort uit lesgebonden investeringen bij de verbouwing van gebouw A in Drachten.

De overige € 0,2 mln. (2020: € 0,3 mln.) aan investeringen betreft meubilair ten behoeve van kantoor en studenten.

1.2.5. WOZ-waarde en verzekerde waarde

De WOZ-waarde gebouwen en terreinen in bedraagt € 74,0 mln (2020: € 75,7 mln). De WOZ-waarde van de gebouwen en terreinen is gebaseerd op peildatum 1 januari 2021, met uitzondering van Dokkum, Drachten en Leeuwarden (1 januari 2020). Deze peildatum is financieel bepalend voor het kalenderjaar 2022 respectievelijk 2021. De WOZ-waarden van gebouwen in Leeuwarden zijn ten opzichte van de initiële beschikking naar beneden bijgesteld naar aanleiding van een bezwaarprocedure. De verzekerde waarde gebouwen per 1 januari 2022 bedraagt € 183,5 mln.

Vlottende activa

1.5. Vorderingen

1.5 Vorderingen 31/12/2021 31/12/2020
1.5.1 Debiteuren algemeen 1.782.239 1.188.091
1.5.5 Vorderingen op studenten/deelnemers/cursisten 275.838 300.175
1.5.7 Overige vorderingen 654.969 396.582
1.5.8 Overlopende activa 1.306.260 1.424.604
1.5.9 Voorziening wegens oninbaarheid -185.174 -266.958
1.5 Totaal vorderingen 3.834.132 3.042.495

De boekwaarde van de opgenomen vorderingen benadert de reële waarde, gegeven het kortlopende karakter van de vorderingen en het feit dat waar nodig voorzieningen voor oninbaarheid zijn gevormd. De vorderingen hebben een looptijd korter dan één jaar.

1.5.7 Overige vorderingen

De overige vorderingen zijn in 2021 met € 0,3 mln. gestegen ten opzichte van 2020. Dit betreffen creditfacturen van onder andere een intermediair welke bestellingen en leveringen van studieboeken faciliteert, een ICT-leverancier en een adviesbureau.

1.5.8. Overlopende activa

Onder de overlopende activa zijn begrepen de nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen (€ 0,2 mln. respectievelijk € 1,0 mln.). De vooruitbetaalde bedragen betreffen facturen welke in 2021 zijn ontvangen maar, al dan niet gedeeltelijk, betrekking hebben op 2022. Dit betreffen onder andere softwarelicenties, verzekeringen, huur- en servicekosten en examengelden.

1.5.9. Voorziening wegens oninbaarheid

Het verloop van de voorziening wegens oninbaarheid is als volgt:

1.5.9 Voorziening wegens oninbaarheid 2021 2020
  Stand per 1 januari -266.958 -227.799
  Onttrekking 69.581 45.607
  Dotatie / vrijval 12.203 -84.766
1.5.9 Stand per 31 december -185.174 -266.958

De voorziening wegens oninbaarheid heeft betrekking op de post debiteuren. Dit betreft met name studenten.

1.7. Liquide middelen

1.7 Liquide middelen 31/12/2021 31/12/2020
1.7.1 Kasmiddelen 2.367 2.562
1.7.2 Banken 38.653.947 26.934.484
1.7 Totaal liquide middelen 38.656.314 26.937.046

Bij schatkistbankieren van het Ministerie van Financiën is ultimo 2021 € 38,2 mln. ondergebracht. Verder bestaan de liquide middelen uit kasgelden, het saldo van de lopende rekeningen en uitstaande spaargelden bij commerciële banken.

De liquide middelen staan ter vrije beschikking van ROC Friese Poort en zijn niet weggezet voor een periode langer dan één jaar met uitzondering van een bankgarantie van € 82.333 in verband met huurverplichtingen.

Passiva

2.1. Eigen vermogen

Ultimo 2021 bedraagt het groepsvermogen € 88,9 mln. (2020: € 81,6 mln.).
Voor een toelichting op het eigen vermogen wordt verwezen naar de enkelvoudige jaarrekening.

2.2. Voorzieningen

2.2 Voorzieningen Stand per 01/01/2021 Dotaties Onttrek-kingen Vrijval Stand per 31/12/2021 Kortlopend deel (<1 jaar) Langlopend deel (> 1 jaar < 5 jaar) Langlopend deel (> 5 jaar)
2.2.1 Personeelsvoorzieningen                
  Voorziening wachtgeld 348.000 228.226 198.226 227.000 151.000 118.000 33.000 0
  Voorziening spaarverlof ADV 22.000 0 5.000 0 17.000 2.000 9.000 6.000
  Voorziening WGA 2.020.000 891.666 144.666 94.000 2.673.000 369.000 1.461.000 843.000
  Voorziening duurzame inzetbaarheid 4.756.000 983.175 430.175 270.000 5.039.000 920.000 2.610.000 1.509.000
  Voorziening jubileum 1.226.447 40.198 15.110 1.000 1.250.535 97.982 367.285 785.268
  Voorziening WAB tijdelijk contract 46.000 264.593 265.593 1.000 44.000 42.000 2.000 0
  Overige personele voorzieningen 18.507 0 14.792 0 3.715 2.477 1.238 0
2.2.1 Totaal personeelsvoorzieningen 8.436.954 2.407.858 1.073.562 593.000 9.178.250 1.551.459 4.483.523 3.143.268

2.2.1. Personeelsvoorzieningen

De personele voorzieningen ultimo 2021 bestaan uit de voorziening wachtgeld, spaarverlof ADV, WGA, duurzame inzetbaarheid senioren, jubileum, WAB tijdelijk contract en overige personele voorzieningen.

De wachtgeldvoorziening is opgenomen ten behoeve van de langlopende wachtgeld verplichtingen die voor rekening van de werkgever komen. Ultimo 2021 is deze verplichting opgenomen voor 8 wachtgelders (2020: 18), waarvan de verplichting naar verwachting tot 2021 (respectievelijk 2020) doorloopt. De kortlopende wachtgeldverplichtingen worden direct als periodelast verantwoord.

Voor de voorziening spaarverlof ADV geldt dat deze regeling is komen te vervallen of vervangen. Dit houdt in dat er geen nieuwe instroom is in deze regelingen. De onttrekkingen binnen deze voorzieningen gelden voor bestaande gevallen en mensen die onder de overgangsregelingen vallen, zoals deze zijn opgenomen in de CAO.

De WGA voorziening is gevormd vanwege het eigen risicodragerschap voor de WGA en Ziektewet. De onttrekking betreft de kosten voor WGA- en Ziektewetuitkeringen. De WGA kosten komen op grond van de CAO volledig ten laste van de werkgever. De kosten van de WGA’ers worden voorzien op basis van een individuele inschatting van de verwachte arbeidsongeschiktheid en de verwachte looptijd van de WGA-uitkering, met een maximale looptijd van tien jaar. De kosten zijn gebaseerd op bekende WGA'ers (21; 2020: 26) en zieken (8; 2020: 11) op balansdatum en op de verwachte instroom in de WGA en de Ziektewet.

Duurzame inzetbaarheid
In de CAO middelbaar beroepsonderwijs vanaf de CAO 2018-2020 afspraken gemaakt over regelingen in het kader van Duurzame inzetbaarheid voor oudere werknemers. Binnen deze regelingen vallen zowel de overgangsregeling BAPO als regeling seniorenverlof. Daarnaast heeft Friese Poort sinds 2019 de generatieregeling opengesteld. Indien medewerkers deelnemen aan deze regelingen bouwen zij rechten op om in de toekomst minder te werken waarbij de kosten daarvan deels voor rekening van de werknemer en deels voor rekening van de werkgever zijn. Met uitzondering van de (overgangsregeling) BAPO, die als periodelasten worden verwerkt, dient voor het werkgeversdeel van de regelingen een voorziening te worden gevormd.

De verplichtingen uit hoofde van deze regelingen omvatten verplichtingen jegens werknemers die al hebben geopteerd voor gebruikmaking van de regeling, werknemers die kunnen opteren voor gebruikmaking maar dat nog niet hebben gedaan, en werknemers die nog niet kunnen opteren, maar dat tijdens de looptijd van de bestaande regelingen in de toekomst wel kunnen doen.

Vanaf 2019 is een start gemaakt met het inschatten van de kans dat werknemers gebruik gaan maken van de regelingen. De elementen voor de berekening van de voorziening zijn de werknemers op wie de regelingen van toepassing zijn, de geschatte kans dat voor gebruikmaking van de regelingen wordt geopteerd, de blijfkans van de werknemers, de blijfkans van de regeling seniorenverlof, de leeftijden en diensttijdfactor en de salarissen en werkgeverslasten die voor rekening van de werkgever komen. De kans van gebruikmaking van de regeling seniorenverlof is in 2021 opnieuw beoordeeld en daarop aangepast naar 29,0% (2020: 23,8%).

Per 31 december 2021 maken 108 (2020: 104) medewerkers gebruik van het seniorenverlof, in fte 95,2 fte (2020: 90,7). Daarnaast maken 20 (2020: 17) medewerkers gebruik van de generatieregeling, in fte 19,0 (2020: 16,3).

Bij de berekening is rekening gehouden met een jaarlijkse salarisstijging van 1,5%.

De voorziening is gewaardeerd tegen contante waarde met als rekenrente 0% (actuele marktrente per 31-12-2021).

De jubileumvoorziening heeft betrekking op uitkeringen aan medewerkers op basis van de duur van het dienstverband. De voorziening voor jubileumuitkeringen is bepaald via een berekeningsmodel, waarin rekening gehouden is met de blijfkans van medewerkers en een gemiddelde indexatie van het brutosalaris van 1,5% en een disconteringsrente van 0%. In 2021 zijn de blijfkansen opnieuw beoordeeld. Deze zijn ongewijzigd gebleven ten opzichte van 2020.

Op grond van de Wet Arbeidsmarkt in Balans (ingangsdatum 1 januari 2019) hebben werknemers met tijdelijke contracten recht op een transitievergoeding bij ontslag vanaf de eerste werkdag. Per 31 december 2021 is een voorziening gevormd voor contracten die voor balansdatum zijn afgesloten en waarvan de intentie aanwezig is om deze na balansdatum niet te verlengen.

2.3. Langlopende schulden

2.3 Langlopende schulden Stand 01/01/2021 > 1 jaar Reclassificatie naar de kortlopende schulden Stand 31/12/2021 > 1 jaar Looptijd > 1 jaar en < 5 jaar Looptijd > 5 jaar
2.3.3 Kredietinstellingen 217.815 27.227 190.588 108.908 81.680
2.3 Totaal langlopende schulden 217.815 27.227 190.588 108.908 81.680

Onder kredietinstellingen is een afgesloten leningen van de BNG Bank opgenomen voor de financiering van gebouwen en terreinen. De jaarlijkse rente en aflossing worden betaald uit de jaarlijkse huisvestingvergoeding.

De oorspronkelijke hoofdsom van de resterende lening bedraagt € 816.804. Ultimo boekjaar bedraagt de totale schuld aan BNG Bank € 217.814 (2020: € 245.042). Hiervan is het bedrag waarvoor de looptijd korter dan één jaar is (€ 27.227), opgenomen onder de kortlopende schulden aan kredietinstellingen (2.4.1).

De rente van de leningen is vast gedurende de looptijd. De rentevoet van de resterende lening bedraagt 4,73%. De reële waarde benadert de boekwaarde. Als zekerheid voor de afgesloten leningen geldt een garantie door de Stichting Waarborgfonds MBO zoals omschreven in de niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen.

2.4. Kortlopende schulden

2.4 Kortlopende schulden 31/12/2021 31/12/2020
2.4.1 Kredietinstellingen 27.227 27.227
2.4.2 Vooruitgefactureerde en -ontvangen termijnen onderhanden projecten 2.454.457 1.697.440
2.4.3 Crediteuren 2.933.859 3.380.401
2.4.7 Belastingen en premies sociale verzekeringen    
  Loonheffing 0 0
  Omzetbelasting 0 9.688
2.4.7 Totaal belastingen en premies sociale verzekeringen 0 9.688
2.4.8 Schulden terzake van pensioenen 0 1.105
2.4.9 Overige kortlopende schulden 648.468 193.980
2.4.10 Overlopende passiva    
  Vooruitontvangen college-, cursus- en lesgelden 288.980 1.254.201
  Vooruitontvangen subsidies OCW geoormerkt 1.168.089 1.358.364
  Vooruitontvangen investeringssubsidies 2.777.094 2.633.544
  Vakantiegeld en -dagen 4.585.532 4.140.282
  Overig 5.272.085 3.984.994
2.4.10 Totaal overlopende passiva 14.091.780 13.371.385
2.4 Totaal kortlopende schulden 20.155.791 18.681.226

2.4.1. Kredietinstellingen

Het saldo onder kredietinstellingen betreft de aflossingsverplichtingen van de langlopende leningen in het jaar na balansdatum.

2.4.2. Vooruitgefactureerde en –ontvangen termijnen onderhanden projecten

Het per ultimo 2021 respectievelijk 2020 openstaand saldo onderhanden projecten van ROC Friese Poort Bedrijfsopleidingen bestaat uit gerealiseerde projectkosten, gedeclareerde termijnen en toegerekende winst:

2.4.2 Vooruitgefactureerde en -ontvangen termijnen onderhanden projecten 2021 2020
  Gerealiseerde projectkosten -1.273.008 -2.134.213
  Gedeclareerde termijnen 4.725.154 4.692.448
  Toegerekende winst -997.689 -860.795
2.4.2 Totaal onderhanden projecten 2.474.457 1.697.440

Vanaf 2021 worden cursusgelden niet meer voor het hele schooljaar afgerekend, maar per kalenderjaar. Hierdoor staan er geen vooruit ontvangen kosten meer op de post onderhanden projecten. In de waardering van de onderhanden projecten is rekening gehouden met voorzienbare verliezen.

2.4.10. Overlopende passiva

De rubriek vooruitontvangen college-, cursus- en lesgelden opgenomen is opgenomen voor € 0,3 mln. (2020: € 1,3 mln.) Dit betreft de cursusgelden welke in 2021 zijn ontvangen voor het collegejaar 2021-2022. Het deel wat betrekking heeft op 2022 is in de balans opgenomen. Het bedrag is lager dan voorgaand jaar wat voor € 0,8 mln. wordt veroorzaakt doordat Friese Poort Bedrijfsopleidingen vanaf boekjaar 2021 niet de gehele cursusperiode afrekent, maar louter het boekjaar zelf. De overige € 0,5 mln. wordt veroorzaakt door de halvering van het cursus- en lesgeld, een landelijke maatregel in het kader van Covid-19, waardoor de vooruitontvangen cursus- en lesgelden eveneens dalen. 

De geoormerkte vooruitontvangen subsidies van OCW betreffen de geoormerkte subsidies die ontvangen zijn van OCW, maar in een volgend jaar worden ingezet. In model G op de volgende pagina is een overzicht van de betreffende subsidies opgenomen.

De vooruitontvangen investeringssubsidies betreffen subsidies voor materiële activa, zoals gebouwen. De jaarlijkse vrijval ten gunste van het resultaat verloopt evenredig met de afschrijvingen van de betreffende activa en wordt gepresenteerd onder 3.1.2 toerekening investeringssubsidies OCW en 3.2.2 overige overheidsbijdragen. Van deze post heeft € 0,3 mln. een looptijd korter dan een jaar, € 1,1 mln. een looptijd langer dan één jaar maar korter dan vijf jaar en € 1,3 mln. een looptijd langer dan vijf jaar.

In 2021 is de post vooruitontvangen subsidies OCW geoormerkt gedaald naar € 1,2 mln. (2020: € 1,4 mln). Dit wordt met name veroorzaakt doordat Inhaal- en ondersteuningsgelden uit 2020 in 2021 volledig zijn besteed. De post vooruitontvangen subsidies OCW bestaat voor € 0,5 mln. uit extra begeleiding en nazorg mbo 2021-2022, € 0,2 mln. tegemoetkoming opleidingsscholen, € 0,2 mln. subsidie zij-instroom, € 0,1 mln. regionaal investeringsfonds Yacht Builders Academy en € 0,1 mln. subsidie studieverlof BVE.

Onder de overige overlopende passiva zijn onder andere opgenomen de vooruitontvangen niet-geoormerkte OCW-subsidies. Ultimo 2021 bedraagt dit € 3,1 mln. Overige vooruitontvangen subsidies zijn Regiodeal Flevoland € 0,8 mln., Erasmus plus subsidie voor internationalisering € 0,7 mln., VWS-subsidie hepatitis B vaccinaties € 0,1 mln. en Sterk Techniek Onderwijs € 0,1 mln.

Financiële instrumenten:
ROC Friese Poort maakt gebruik van uiteenlopende financiële instrumenten die de organisatie blootstelt aan markt- , rente-, kasstroom-, krediet- en liquiditeitsrisico. Om deze risico’s te beheersen heeft de organisatie een beleid inclusief een stelsel van limieten en procedures opgesteld om de risico’s van onvoorspelbare ongunstige ontwikkelingen op de financiële markten en daarmee de financiële prestatie van de organisatie te beperken. De organisatie zet geen afgeleide financiële instrumenten in om risico’s te beheersen en maakt geen gebruik van derivaten.

Kredietrisico:
De vorderingen uit hoofde van debiteuren zijn getoetst op inbaarheid en voor zover nodig geacht voorzien. Voor de kredietrisico’s inzake de overige vorderingen wordt verwezen naar financiële vaste activa en vorderingen.

Renterisico:
Het renterisico is beperkt tot eventuele veranderingen in de marktwaarde van opgenomen en uitgegeven leningen. Bij deze leningen is sprake van een vast rentepercentage over de gehele looptijd. De leningen worden aangehouden tot einde van de looptijd. De organisatie heeft derhalve als beleid om geen afgeleide financiële instrumenten te gebruiken om (tussentijdse) rentefluctuaties te beheersen.

Liquiditeitsrisico:
De organisatie loopt geen significante liquiditeitsrisico’s. Er geldt een Treasurystatuut voor het mitigeren van de liquiditeitsrisico’s. ROC Friese Poort heeft een goede financiële positie met voldoende eigen vermogen en liquide middelen.

Model G Verantwoording subsidies

G1 Verantwoording van subsidies zonder verrekeningsclausule

Omschrijving Toewijzing   Prestatie afgerond
  Kenmerk Datum ja/nee
Tegemoetkoming kosten opleidingsscholen 2019-2020 1013088-1 11/20/2019 ja
Tegemoetkoming kosten opleidingsscholen 2020-2021 1095163-2 10/15/2020 nee
Tegemoetkoming kosten opleidingsscholen 2021-2022 1183824-3 11/22/2021 nee
Subsidie studieverlof BVE 2020 10940434-1 09/22/2020 ja
Subsidie studieverlof BVE 2021 1165316-1 08/20/2021 nee
Subsidie studieverlof BVE 2021 1177216-1 09/21/2021 nee
Subsidie studieverlof BVE 2021 1183423-1 11/22/2021 ja
Subsidie studieverlof BVE 2021 1179219-1 10/20/2021 ja
Subsidie zij-instroom 2019 962614-1 02/20/2019 ja
Subsidie zij-instroom 2019 1027581-1 12/19/2019 ja
Subsidie zij-instroom 2020 1078677-1 04/20/2020 nee
Subsidie zij-instroom 2020 1083320-1 06/22/2020 nee
Subsidie zij-instroom 2020 1097261-1 11/20/2020 nee
Subsidie zij-instroom 2020 11027212-1 11/30/2020 nee
Subsidie zij-instroom 2021 1154768-01 05/19/2021 nee
Subsidie zij-instroom 2021 1158927-01 06/22/2021 nee
Subsidie zij-instroom 2021 1160497-01 07/20/2021 nee
Subsidie zij-instroom 2021 1180538-01 10/20/2021 nee
Subsidie zij-instroom 2021 1183555-01 11/22/2021 nee
Subsidie zij-instroom 2021 1189577-01 12/21/2021 nee
Voorziening Leermiddelen minimagezinnen 2019 1003947-1 08/20/2019 ja
Voorziening Leermiddelen minimagezinnen 2020 1088083-1 08/20/2020 ja
Toekenning subsidie doorstroomprogramma MBO-HBO DHBO019011 09/ 3/2018 nee
Subsidie studieverlof instructeurs 2020 1086676-1 08/20/2020 ja
Subsidie studieverlof instructeurs 2020 1094306-1 10/20/2020 ja
Subsidie studieverlof instructeurs 2021 1176878-1 09/21/2021 nee
Subsidie inhaalprogramma's G1 IOP-30932-MBO 07/ 2/2020 ja
Inhaal- en ondersteuningsprogramma’s onderwijs 2020–2021 IOP4-30932 06/ 9/2021 ja
Extra begeleiding en nazorg mbo 2021-2022 EBEN21012 03/31/2021 nee
Extra hulp voor de klas EHK-20019 03/30/2021 ja
Extra hulp voor de klas EHK-21079 08/ 5/2021 ja

G2 Verantwoording van subsidies met verrekeningsclausule

G2-A Aflopend per ultimo verslagjaar

Omschrijving Toewijzing   Bedrag toewijzing Ontvangen t/m vorig verslagjaar Lasten t/m vorig verslagjaar Stand begin verslagjaar Ontvangen in verslagjaar Lasten in verslagjaar Te verrekenen ultimo verslagjaar
  Kenmerk Datum              
Regionaal Programma 2017-2020 Voortijdig Schoolverlaten RMC-regio Friesland-Oost OND/ODB-2016/17737 U 11/14/2016  1.097.360   1.097.360   1.097.359   2       2 
Regionaal Programma 2017-2020 Voortijdig Schoolverlaten RMC-regio Zuidwest-Friesland OND/ODB-2016/17738 U 11/14/2016  487.170   487.172   487.169   2       2 
Regionaal Programma 2017-2020 Voortijdig Schoolverlaten RMC-regio Friesland-Noord OND/ODB-2016/17739 U 11/14/2016  1.446.040   1.446.040   1.445.639   401       401 
Regionaal Programma 2017-2020 Voortijdig Schoolverlaten RMC-regio Flevoland OND/ODB-2016/17725 U 11/14/2016  264.783   352.818   301.464   51.354     51.354   
Regionaal Investeringsfonds MBO RIF17018, Yacht Builders Academy 1190377 05/23/2017  789.324   749.857   714.324   35.533  39.466    74.999 
Toekenning subsidie doorstroomprogramma MBO-HBO DHB018020 03/15/2018  199.285   199.285   186.008   13.277     13.277   
Totaal     4.283.962 4.332.532 4.231.963 100.569 39.466 64.631 75.404

G2-B Doorlopend tot in volgend verslagjaar

Omschrijving Toewijzing   Bedrag toewijzing Ontvangst in verslag- jaar Lasten in verslag- jaar Stand ultimo verslag- jaar
  Kenmerk Datum        
Regionaal Programma 2020-2024 Voortijdig Schoolverlaten RMC-regio Flevoland OND/ODB-2020/3351 M 09/10/2020  298.035  77.778  29.306   48.472 
Regionaal Aanpak Voortijdig Schoolverlaten 2020-2024 Friesland regio Noord (regio 4) OND/ODB-2020/3430 M 09/11/2020  248.796  62.160  62.160   
Regionaal Aanpak Voortijdig Schoolverlaten 2020-2024 Friesland regio Zuid-West Fryslan (regio 5) OND/ODB-2020/3431 M 09/11/2020  120.000  107.375  107.375   
Regionaal Aanpak Voortijdig Schoolverlaten 2020-2024 Friesland regio Friese Wouden (regio 6) OND/ODB-2020/3432 M 09/11/2020  196.088  27.163  54.326   27.163-
Totaal      862.919   274.476   253.167   21.309 

Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen

Waarborgfonds MBO

ROC Friese Poort is aangesloten bij de stichting Waarborgfonds MBO. Het waarborgfonds stelt zich borg ten gunste van geldgevers van geldleningen die voor huisvesting worden verstrekt aan bve-instellingen. Het borgen heeft veelal een rentevoordeel tot gevolg. Ultimo 2021 heeft ROC Friese Poort één lening bij het fonds geborgd.

Elke aangesloten instelling kan jaarlijks aangesproken worden tot maximaal 2% van de rijksbijdrage. Dit kan geschieden indien individuele instellingen hun financiële verplichtingen voor geborgde leningen niet meer kunnen voldoen. De maximaal latente claim bedraagt voor ROC Friese Poort jaarlijks circa € 2,6 mln. (2020: € 2,4 mln.).

Huurverplichtingen

De huurverplichtingen die ROC Friese Poort op balansdatum heeft en die een meerjarige looptijd hebben, zijn als volgt:
€ 997.000 huurverplichting in 2022
€ 6.458.000 huurverplichting met een looptijd langer dan een jaar en korter dan vijf jaar
€ 14.247.000 huurverplichtingen met een looptijd langer dan vijf jaar.

De huurverplichting bestaat uit:

- € 16.651.000 uit de huur van ruimte in het nieuw te bouwen Cambuurstadion in Leeuwarden. Deze huurverplichting geldt onder voorwaarde dat de omgevingsvergunning is ingediend of de bouw is gestart voor 1 augustus 2022. De huur van units A en B bedraagt € 570.000 per jaar en geldt van 1 juli 2023 tot en met 30 juni 2033. De huur van unit C bedraagt € 730.000 en geldt van 1 juli 2023 tot en met 30 juni 2038.

- € 3.060.000 uit de huur van ruimte van Ziekenhuis Nij Smellinghe in Drachten over de periode 1 juli 2022 t/m 30 juni 2037;

- € 802.000 uit de huur van Burgermeester Wuiteweg in Drachten tot en met 31 juli 2026 met een huursom van € 175.000 per jaar.

- Overige huurverplichtingen groter dan € 0,1 mln. zijn: Zuiderbuurt te Drachten € 255.000 tot en met 31 januari 2027, Zaailand te Leeuwarden € 242.000 tot en met 31 augustus 2023, Martiniplein te Sneek € 237.000 tot en met 31 augustus 2023 en Eenhoorn te Leeuwarden € 102.000 tot en met 31 juli 2022.

Bankgarantie

Zoals onder 1.7 Liquide middelen reeds is vermeld, is voor een bedrag van € 82.333 aan bankgaranties afgegeven. Dit betreffen bankgaranties inzake huurverplichtingen jegens Apleona Real Estate B.V. te Utrecht voor de huur van ruimten in winkelcentrum Zaailand. De huurverplichtingen van Zaailand 137-173 lopen tot 31 augustus 2023.

Overige operational leaseverplichtingen

Voor twee personenauto’s en kantoormeubilair zijn operational leasecontracten afgesloten. De aangegane leaseverplichtingen bedragen € 31.000 in 2022, € 65.000 voor de jaren 2023-2026 en € 5.000 vanaf 2027.

Toelichting op de geconsolideerde staat van baten en lasten

Baten

3.1 Rijksbijdragen

3.1 Rijksbijdrage sector BVE 2021 Begroting 2021 2020
  Vergoeding studenten 76.969.737 73.945.206 74.826.974
  Vergoeding diploma's 17.161.575 17.161.909 16.943.602
  Vergoeding Passend Onderwijs 1.805.536 1.805.465 1.771.235
  Huisvestingsvergoeding 6.529.659 6.529.659 6.438.193
  Vergoeding Entree 5.758.058 5.757.086 4.306.597
  Nationaal Programma Onderwijs 4.599.882 0 0
  Overgangsbekostiging (extern) -41.365 0 -82.730
  Inhouding cursusgelden -2.208.148 -2.201.000 -1.952.676
3.1.1 Totaal Rijksbijdrage OCW 110.574.934 102.998.325 102.251.195
  Geoormerkte OCW subsidies 5.361.430 951.140 3.086.111
  Niet-geoormerkte OCW subsidies 15.816.510 16.314.931 14.524.488
  Toerekening investeringssubsidies OCW 16.933 1.000 50.275
3.1.2 Totaal overige subsidies OCW 21.194.873 17.267.071 17.660.874

3.1.1. Rijksbijdrage OCW

De rijksbijdrage bestaat uit de vergoeding voor deelnemers, diploma’s, passend onderwijs, huisvesting, entree en overgangsbekostiging. De inhouding cursusgelden betreffen de aan het ministerie af te dragen cursusgelden. De rijksbijdrage is € 8,3 mln. gestegen ten opzichte van 2020 en € 7,6 mln hoger ten opzichte van de begroting, waarvan € 4,6 mln. door ontvangen gelden in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs en € 2,9 mln. door loon- en prijsbijstelling en extra toegekende lumpsumgelden. Het overige deel wordt met name veroorzaakt door het feit dat de relatieve krimp in studentenaantallen lager is dan begroot respectievelijk lager is ten opzichte van andere mbo-instellingen.

3.1.2. Overige subsidies OCW

Een overzicht van de besteding van geoormerkte subsidies is terug te vinden onder 2.4.10. overlopende passiva (Model G).

3.4 Baten werk in opdracht van derden

3.4 Baten werk in opdracht van derden 2021 Begroting 2021 2020
3.4.1 Contractonderwijs 4.547.149 4.812.133 4.374.593
3.4.3 Overige baten werk in opdracht van derden 813.867 1.025.300 727.102
3.4 Totaal baten werk in opdracht van derden 5.361.016 5.837.433 5.101.695

3.4.1/3.4.3 Baten werk in opdracht van derden

De omzet contractonderwijs binnen ROC Friese Poort Bedrijfsopleidingen ligt € 0,2 mln. hoger dan vorig jaar, maar € 0,3 mln. lager dan de begroting. Hier geldt dat door mildere maatregelen omtrent Covid-19 een omzetstijging is gerealiseerd, echter nog niet op het niveau van een jaar waarin Covid-19 geen rol speelt zoals begroot.

3.5 Overige baten

3.5 Overige baten 2021 Begroting 2021 2020
3.5.1 Verhuur 51.903 54.000 57.081
3.5.2 Detacheringen personeel 386.368 294.000 594.178
3.5.4 Sponsoring 2.000 0 0
3.5.5 Verkopen kantine 421.609 229.000 225.061
  Studentenbijdragen 894.065 843.000 711.609
  Boekwinst activa 6.135 329000 8.484
  Overige 384.410 375.500 219.679
3.5.6 Totaal overige 1.706.219 1.776.500 1.164.833
3.5 Totaal overige baten 2.146.490 2.124.500 1.816.092

De overige baten zijn in lijn met de begroting. Ten opzichte van voorgaand jaar zijn overige baten met € 0,3 mln. gestegen, waarvan € 0,2 mln. wordt veroorzaakt door opbrengsten kantinekosten doordat er meer fysiek onderwijs plaatsvond in 2021. 

Lasten

4.1 Personeelslasten

4.1 Personeelslasten 2021 Begroting 2021 2020
  Lonen en salarissen 74.239.983 73.696.859 70.737.127
  Sociale lasten 9.980.836 9.475.085 9.383.660
  Pensioenlasten 12.646.417 11.340.654 11.173.568
4.1.1 Lonen, salarissen, sociale lasten en pensioenlasten 96.867.236 94.512.598 91.294.355
  Dotaties personele voorzieningen 2.407.858 574.000 2.472.298
  Lasten personeel niet in loondienst 2.012.717 1.443.000 1.479.004
  Overige 6.303.269 7.151.345 7.630.831
4.1.2 Overige personele lasten 10.723.844 9.168.345 11.582.133
  Overige uitkeringen, die de personeelslasten verminderen -724.157 -387.000 -584.732
4.1.3 Ontvangen vergoedingen -724.157 -387.000 -584.732
4.1 Totaal personeelslasten 106.866.923 103.293.943 102.291.756

4.1.1 Lonen en salarissen

De lonen en salarissen zijn € 2,4 mln. hoger ten opzichte van de begroting en € 5,5 mln. hoger dan voorgaand jaar, met name als gevolg van inhuur van personeel in het kader van gelden uit het Nationaal Programma Onderwijs. Gemiddeld zijn er over 2021 bruto 1.295 fte in dienst (2020: 1.275 fte). Netto zijn er in 2021 gemiddeld 1.271 fte (2020: 1.229 fte) in dienst. Bruto fte betreft het aantal fte zonder aftrek verlofregelingen en exclusief externe inhuur, welke overeenkomt met het aantal fte dat wordt verloond. Netto fte betreft het aantal fte met aftrek verlofregeling en inclusief externe inhuur, welke overeenkomt met het aantal fte dat inzetbaar is. De bruto fte (begroting 2020 op basis van netto fte) kunnen als volgt worden verdeeld: 

Gemiddeld (bruto) fte in dienst 2021 Begroting 2021 2020
Management/directie 11 10 10
Onderwijzend personeel 903 840 883
Ondersteunend personeel 381 373 382
Totaal fte in dienst 1.295 1.223 1.275

4.1.2 Overige personele lasten

Onder de overige personele lasten vallen de dotaties aan personele voorzieningen, kosten voor uitzendkrachten en overige werknemer gerelateerde kosten zoals scholing en vestigingsactiviteiten.

Ten opzichte van de begroting 2021 is € 1,8 mln. meer gedoteerd dan begroot aan personele voorzieningen en € 0,1 mln. minder dan voorgaand jaar. Er wordt een netto dotatie begroot, terwijl de gerealiseerde dotatie het saldo is van onttrekkingen minus dotatie, zie specificatie van voorzieningen onder hoofdstuk 2.2. 

Op lasten van personeel niet in loondienst is € 0,6 mln. meer besteed dan begroot en € 0,5 mln. ten opzichte van voorgaand jaar omdat er relatief meer uitzendkrachten en ZZP'ers zijn ingehuurd. Daar in tegen zijn de overige personeelslasten lager ten opzicht van voorgaand jaar omdat er minder diensten van derden partijen zijn afgenomen zoals ICT-gerelateerde diensten. Daarnaast vallen ook in 2021 diverse kosten lager uit als gevolg van Covid-19, waaronder scholingskosten, vergaderkosten en reis- en verblijfkosten.  

Wet normering bezoldiging topfunctionarissen Publieke en Semipublieke sector (WNT)
De WNT is van toepassing op Stichting voor Christelijk BVE Friesland/Flevoland (ROC Friese Poort). Het voor ROC Friese Poort toepasselijke bezoldigingsmaximum bedraagt in 2021 € 190.000 (2020: € 183.000) op basis van de indeling in klasse F van de Regeling normering topinkomens OCW-sectoren.

De beloning van het College van Bestuur en de Raad van Toezicht past binnen het bezoldigingsmaximum voor topfunctionarissen van onderwijsinstellingen. De beloning van de huidige bestuurders is passend binnen deze regeling.

Aan de leden van Raad van Toezicht is in 2021 in totaal € 106.242 (2020: € 96.568) excl. BTW uitbetaald als vaste vergoeding. Voor alle leden van de Raad van Toezicht geldt dat zij onafhankelijk zijn in de zin van de Code Goed Bestuur in het MBO. De leden van de Raad van Toezicht ontvangen een vaste vergoeding, passend binnen de kaders van de WNT-regeling.

In het kader van de WNT wordt gemeld dat er in 2021 (en 2020) geen bezoldigingen boven de vastgestelde WNT-norm zijn uitgekeerd aan niet-topfunctionarissen met een dienstverband.

Gegevens 2021    
Bedragen x € 1 Dhr. drs. H.W. Meijerink Mw. drs. A. Muller
Functiegegevens College van Bestuur (vrz.) College van Bestuur (lid)
Aanvang en einde functievervulling in 2021 01/01 tm 31/12 01/01 tm 31/12
Deeltijdfactor in fte 1,0 1,0
Dienstbetrekking? ja ja
     
Bezoldiging    
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen  166.799   148.435 
Beloningen betaalbaar op termijn  23.087   22.452 
Subtotaal  189.886   170.887 
     
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum  190.000   190.000 
     
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag n.v.t. n.v.t.
Totale bezoldiging 2021  189.886   170.887 
     
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan n.v.t. n.v.t.
     
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling n.v.t. n.v.t.
     
Gegevens 2020    
Aanvang en einde functievervulling in 2020 01/01 tm 31/12 01/01 tm 31/12
Deeltijdfactor in fte 1,0 1,0
Dienstbetrekking? ja ja
Bezoldiging    
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen  161.421   143.670 
Beloningen betaalbaar op termijn  21.478   20.929 
Subtotaal  182.899   164.600 
     
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum  183.000   183.000 
     
Totale bezoldiging 2020  182.899   164.600 
Gegevens 2021        
Bedragen x € 1 Dhr. drs. ing. G. Jaarsma Dhr. drs. B. Hoekstra Mevr. ds. T.K. Kwint Dhr. drs. J. Olivier
Functiegegevens Voorzitter Lid Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2021 01/01 tm 31/12 01/01 tm 31/12 01/01 tm 31/12 01/01 tm 31/12
Bezoldiging        
Bezoldiging  21.456   14.250   14.382   14.323 
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum  28.500   19.000   19.000   19.000 
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
         
Totale bezoldiging 2021  21.456   14.250   14.382   14.323 
         
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
         
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Gegevens 2020        
Aanvang en einde functievervulling in 2020 01/01 tm 31/12 01/01 tm 31/12 01/01 tm 31/12 01/01 tm 31/12
Bezoldiging        
Bezoldiging  19.331   12.810   12.972   12.880 
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum  27.450   18.300   18.300   18.300 
Gegevens 2021        
Bedragen x € 1 Dhr. drs. B.J. Pastoor Dhr. mr. F. Veenstra Dhr. drs. P.D. van der Zwan Mevr. Drs. I.E.M. Ezinga-Roebroek
Functiegegevens Lid Lid Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2021 01/01 tm 30/04 01/01 tm 31/12 01/01 tm 31/12 25/05 tm 31/12
Bezoldiging        
Bezoldiging  4.750   14.250   14.250   8.581 
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum  19.000   19.000   19.000   19.000 
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
         
Totale bezoldiging 2021  4.750   14.250   14.250   8.581 
         
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
         
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Gegevens 2020        
Aanvang en einde functievervulling in 2020 01/01 tm 31/12 01/01 tm 31/12 01/01 tm 31/12
Bezoldiging        
Bezoldiging  12.810   12.810  12.963 
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum  18.300   18.300   18.300 

4.2. Afschrijvingen

4.2 Afschrijvingen 2021 Begroting 2021 2020
4.2.1 Immateriële vaste activa 15.838 15.838 15.838
4.2.2 Materiële vaste activa 7.645.960 8.112.043 8.085.285
4.2 Totaal afschrijvingen 7.661.798 8.127.881 8.101.123

De afschrijvingen zijn lager dan begroot en lager dan voorgaand jaar. Dit wordt voor € 0,2 mln. veroorzaakt door afschrijvingen op gebouwen, met name omdat de bouw van units bij Gebouw D in Drachten niet zijn doorgegaan en omdat opleveringen van verbouwingen later hebben plaatsgevonden dan gepland. De overige € 0,2 mln. wordt veroorzaakt door uitstel van aanschaf van meubilair en leermiddelen. Als gevolg van lockdowns door Covid-19 en door geplande nieuwbouw is de noodzaak om meubilair en leermiddelen te vervangen minder geworden dan gepland.

4.3. Huisvestingslasten

4.3 Huisvestingslasten 2021 Begroting 2021 2020
4.3.1 Huur 1.083.328 897.462 908.657
4.3.2 Verzekeringen 175.024 190.000 190.606
4.3.3 Onderhoud 1.988.433 1.845.000 1.477.014
4.3.4 Energie en water 1.328.219 1.314.000 1.287.375
4.3.5 Schoonmaakkosten 1.867.492 1.812.500 1.836.254
4.3.6 Belastingen en heffingen 617.168 693.249 626.475
4.3 Totaal huisvestingslasten 7.059.664 6.752.211 6.326.381

4.3.1 Huur

De huurlasten zijn gestegen met € 0,2 mln. ten opzicht van begroting met name omdat in plaats van de bouw van units bij gebouw D in Drachten een ruimte is gehuurd. 

4.3.3 Onderhoud

De onderhoudslasten zijn € 0,1 mln. hoger dan begroot en € 0,5 mln. hoger ten opzicht van voorgaand jaar doordat in de aanneemsom van de verbouwing van gebouw A in Drachten naast investeringen een deel onderhoud is gepleegd. 

4.3.4 Energie en water

Ondanks gestegen energieprijzen is het effect beperkt, door het vastzetten van de gasprijs. Er is geen effect vanuit Covid-19, omdat het effect van de besparing door lockdowns wordt opgeheven door hoger verbruik bij extra ventileren.

4.4 Overige lasten

4.4 Overige lasten 2021 Begroting 2021 2020
4.4.1 Administratie en beheer 5.965.076 6.477.557 5.576.393
4.4.2 Inventaris en apparatuur 5.329.165 5.831.366 4.746.912
4.4.4 Dotatie overige voorzieningen 2.040 3.000 84.766
4.4.5 Overige 1.646.269 651.409 1.298.897
4.4 Totaal overige lasten 12.942.550 12.963.332 11.706.968

4.4.1 Administratie en beheer

Voor administratie- en beheerslasten geldt dat deze € 0,5 mln. lager is ten opzicht van de begroting en € 0,4 mln hoger dan 2020. De afwijking ten opzichte van de begroting wordt veroorzaakt door maatregelen omtrent Covid-19, omdat in de begroting telkens is uitgegaan van een jaar zonder maatregelen hieromtrent. Ten opzichte van voorgaand jaar wordt de stijging met name veroorzaakt door nieuwe licenties op ICT-gebied.

4.4.2 Inventaris en apparatuur

Voor inventaris en apparatuurlasten geldt dat deze € 0,5 mln. lager ten opzichte van de begroting en € 0,6 mln. hoger dan 2020. Dit wordt veroorzaakt door uitstel van leer- en hulpmiddelen en bijzondere lesactiviteiten, deels als gevolg van Covid-19. In de begroting is telkens uitgegaan van een jaar zonder maatregelen omtrent Covid-19.

4.4.5 Overige

Overige lasten zijn € 1,0 mln. hoger ten opzichte van de begroting en € 0,4 mln. hoger ten opzichte van voorgaand jaar. Diverse advieskosten zijn eenmalig en niet begroot waaronder € 0,2 mln. met betrekking tot de voorgenomen fusie tussen ROC Friese Poort en Friesland College. en € 0,1 mln. advieskosten met betrekking tot huisvesting. Verder is er ten opzichte van voorgaand jaar € 0,1 mln. meer inkopen voor kantines gerealiseerd.

Accountantskosten
De honoraria van de onafhankelijke controlerend accountant (KPMG Accountants N.V.) over 2021 en 2020 zijn als volgt:

Specificatie accountantskosten 2021 2020
Honorarium onderzoek jaarrekening 112.210 121.190
Honorarium andere controleopdrachten 16.637 13.939
Honorarium fiscale adviezen 0 0
Honorarium andere niet-controlediensten 41.021 0
Totaal overige lasten 169.868 135.129

De in de tabel vermelde honoraria voor het onderzoek van de jaarrekening hebben betrekking op de uitgevoerde werkzaamheden over boekjaar 2021 (2020). Voor het honorarium onderzoek jaarrekening gelden vaste prijsafspraken. 

5 Financiële baten en lasten

5 Saldo financiële baten en lasten 2021 Begroting 2021 2020
5.1 Financiële baten      
5.1.1 Rentebaten en soortgelijke opbrengsten 545 20.000 666
5.1 Totaal financiële baten 545 20.000 666
5.2 Financiële lasten      
5.1.1 Rentelasten en soortgelijke lasten -15.995 -11.000 -70.953
5.2 Totaal financiële lasten -15.995 -11.000 -70.953
5 Totaal financiële baten en lasten -15.450 9.000 -70.287

De financiële lasten zijn gedaald doordat rekening couranten bij commerciele banken zoveel als mogelijk zijn beeindigd. Er wordt gebruik gemaakt van schatkistbankieren bij het ministerie OCW. Hierbij wordt geen negatieve rente berekend over het saldo. 

6 Belastingen

6 Belastingen 2021 Begroting 2021 2020
  Vennootschapsbelasting 5.114 0 -6.208
6 Totaal belastingen 5.114 0 -6.208

De belastingen betreft de vennootschapsbelasting voor ROC Friese Poort Opleiding en Training B.V.  Het effectieve belastingpercentage bedraagt 13,8% (2020: 17,4%). Het geldende belastingpercentage tot € 245.000 winst is 15,0% (2020: 16,5% tot € 200.000 winst).

Verbonden Partijen

Verbonden Partijen Transacties met verbonden partijen

Van transacties met verbonden partijen is sprake wanneer een relatie bestaat tussen de stichting en een natuurlijk persoon of entiteit die verbonden is met de stichting. Dit betreffen onder meer de relaties tussen de stichting en haar deelnemingen, de bestuurders en de functionarissen op sleutelposities. Onder transacties wordt verstaan een overdracht van middelen, diensten of verplichtingen, ongeacht of er een bedrag in rekening is gebracht. Transacties met verbonden partijen worden toegelicht voor zover deze niet onder normale marktvoorwaarden zijn aangegaan. Van deze transacties wordt de aard en de omvang van de transactie en andere informatie die nodig is voor het verschaffen van het inzicht toegelicht.Er hebben zich geen transacties met verbonden partijen voorgedaan op niet-zakelijke grondslag.

Friese Poort Opleiding & Training B.V.

De Stichting voor Christelijk Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie Friesland/Flevoland, handelend onder de naam ROC Friese Poort, is 100% aandeelhouder van Friese Poort Opleiding en Training B.V. De aandeelhouder wordt wettelijk vertegenwoordigd door het College van Bestuur van ROC Friese Poort. Binnen de besloten vennootschap is een statutair directeur benoemd.

Friese Poort Opleiding en Training B.V. verzorgt contractonderwijs voor bedrijven en particulieren, dat voor een groot deel wordt uitgevoerd door de vestigingen van het ROC. Hierna wordt in de jaarrekening voor Friese Poort Opleiding & Training B.V. de naam ROC Friese Poort Bedrijfsopleidingen gebruikt.

Verbonden partij ROC Friese Poort Meerderheidsdeelneming
Naam ROC Friese Poort Bedrijfsopleidingen
Juridische vorm Besloten vennootschap
Statutaire zetel Leeuwarden
Code Activiteit 1. contractonderwijs
Eigen vermogen 31/12/21 € 4.015.956 
Exploitatiesaldo 2021 € 37.098 
Omzet 2021 € 5.838.954 
Verklaring art 2:403 BW Nee
Consolidatie Ja
Percentage deelneming 100%
ROC Friese Poort Opleiding & Training B.V.  

Coöperatie Maritieme Academie Holland U.A.

ROC Friese Poort is lid van de Coöperatie Maritieme Academie Holland U.A. Deze coöperatie heeft als doel het bevorderen en leveren van een bijdrage aan de kwaliteit en kwantiteit van het onderwijs in de maritieme sector in brede zin. De coöperatie bestaat uit zes leden die elk niet aansprakelijk zijn voor schulden van de coöperatie en niet verplicht zijn tot bijdrage in tekorten, ook niet bij ontbinding van de rechtspersoon.

Verbonden partij ROC Friese Poort Overige verbonden partij
Naam Maritieme Academie Holland
Juridische vorm Coöperatie met uitgesloten aansprakelijkheid
Statutaire zetel Amsterdam
Code Activiteit 4. overige
Verklaring art 2:403 BW N.v.t.
Consolidatie N.v.t.
Percentage deelneming N.v.t.
De coöperatie telt zes leden
Maritieme Academie Holland.  

Gebeurtenissen na balansdatum

Er zijn geen gebeurtenissen na balansdatum die een ander licht werpen op de toestand per balansdatum.

Enkelvoudige balans per 31 december 2021

Na resultaatbestemming

  Bedragen * € 1.000   31/12/2021   31/12/2020
1 Activa        
  Vaste activa        
1.2 Materiële vaste activa 75.813   78.833  
1.3 Financiële vaste activa 4.016   3.979  
  Totaal vaste activa   79.829   82.812
  Vlottende activa        
1.5 Vorderingen 2.381   2.300  
1.7 Liquide middelen 38.348   26.385  
  Totaal vlottende activa   40.729   28.685
1 Totaal activa   120.558   111.497
           
2 Passiva        
2.1 Eigen Vermogen 88.909   81.631  
2.2 Voorzieningen 9.142   8.386  
2.3 Langlopende schulden 191   218  
2.4 Kortlopende schulden 22.316   21.262  
2 Totaal passiva   120.558   111.497

Enkelvoudige staat van baten en lasten over 2021

  Bedragen * € 1.000 2021 Begroting 2021 2020
  Baten      
3.1 Rijksbijdragen 131.770 120.265 119.912
3.2 Overige overheidsbijdragen en -subsidies 751 727 710
3.3 College-, cursus-, les- en examengelden 1.749 2.179 2.114
3.4 Baten werk in opdracht van derden 3.144 3.567 2.912
3.5 Overige baten 2.094 2.125 1.755
  Totaal baten 139.508 128.863 127.403
  Lasten      
4.1 Personeelslasten 105.069 101.539 100.504
4.2 Afschrijvingen 7.628 8.090 8.069
4.3 Huisvestingslasten 7.059 6.752 6.321
4.4 Overige lasten 12.496 12.491 11.196
  Totaal lasten 132.252 128.872 126.090
  Saldo baten en lasten 7.256 -9 1.313
5 Financiële baten en lasten -15 -9 -65
  Resultaat 7.241 0 1.248
7 Resultaat deelnemingen 37 0 -30
  Nettoresultaat 7.278 0 1.218

Toelichting bij de enkelvoudige jaarrekening 2021

Waarderingsgrondslagen algemeen

De enkelvoudige jaarrekening maakt deel uit van de statutaire jaarrekening 2021 van de stichting. De financiële gegevens van de stichting zijn in de geconsolideerde jaarrekening van de stichting verwerkt.

Voor zover posten uit de enkelvoudige balans en de enkelvoudige staat van baten en lasten hierna niet nader zijn toegelicht, wordt verwezen naar de toelichting op de geconsolideerde balans en staat van baten en lasten.

Grondslagen voor waardering van activa en passiva en resultaatbepaling

De grondslagen voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling zijn gelijk aan die voor de geconsolideerde staat van baten en lasten, met uitzondering van de hierna genoemde grondslagen.

Financiële instrumenten
In de enkelvoudige jaarrekening worden financiële instrumenten gepresenteerd op basis van hun juridische vorm.

Deelnemingen in groepsmaatschappijen
Deelnemingen waarin invloed van betekenis op het zakelijke en financiële beleid kan worden uitgeoefend, worden gewaardeerd volgens de vermogensmutatiemethode op basis van de nettovermogenswaarde. Indien waardering tegen nettovermogenswaarde niet kan plaatsvinden doordat de hiervoor benodigde informatie niet kan worden verkregen, wordt de deelneming gewaardeerd volgens het zichtbaar eigen vermogen. Bij de bepaling van de nettovermogenswaarde van de deelnemingen zijn de activa en passiva van de deelneming gewaardeerd op basis van de grondslagen die gelden voor de onderneming.

Resultaat deelnemingen
Het aandeel in het resultaat van deelnemingen omvat het aandeel van de stichting in de resultaten van deze deelnemingen. Resultaten op transacties waarbij overdracht van activa en passiva tussen de stichting en haar deelnemingen en tussen deelnemingen onderling heeft plaatsgevonden, zijn geëlimineerd voor zover deze als niet gerealiseerd kunnen worden beschouwd.

Toelichting op de enkelvoudige balans

Vaste activa

1.2 Materiële vaste activa

1.2 Materiële vaste activa 1.2.1 Terreinen 1.2.1 Gebouwen 1.2.2 Inventaris en apparatuur 1.2.4 In uitvoering en vooruit- betaling Totaal materiële vaste activa
Aanschafwaarde 01-01-2021 9.763.209 111.856.604 46.769.179 61.843 168.450.835
Cumulatieve afschrijvingen 01-01-2021 0 -57.158.670 -32.458.892 0 -89.617.562
Boekwaarde 01-01-2021 9.763.209 54.697.934 14.310.287 61.843 78.833.273
Investeringen boekjaar 0 1.165.708 3.697.559 151.100 5.014.367
Desinvesteringen aanschafwaarde (*) 0 -522.470 -1.162.631 -61.843 -1.746.944
Cumulatieve afschrijvingen desinvesteringen (*) 0 223.924 1.117.320 0 1.341.244
Afschrijvingen lopend jaar 0 -3.746.944 -3.881.570 0 -7.628.514
Aanschafwaarde 31-12-2021 9.763.209 112.499.842 49.304.107 151.100 171.718.258
Cumulatieve afschrijvingen 31-12-2021 0 -60.681.690 -35.223.142 0 -95.904.832
Boekwaarde 31-12-2021 9.763.209 51.818.152 14.080.965 151.100 75.813.426

1.2.1. Terreinen en gebouwen

In de investeringen op terreinen en gebouwen is € 0,7 mln. opgenomen m.b.t. verbetering en uitbreiding van gebouw A in Drachten, € 0,3 mln. voor nieuwbouw droge trainingsfaciliteit in Urk en € 0,1 mln. m.b.t. verbetering van Wilaarderburen in Leeuwarden. 

Vervangen componenten aan een gebouw zijn verwerkt als investering, met daar tegenover een desinvestering van het vervangen component. Als gevolg van vervangen componenten van gebouw A in Drachten is € 0,3 mln. boekverlies gerealiseerd.

1.2.2. Inventaris en apparatuur

In 2021 is € 3,7 mln. (2020: € 3,4 mln.) in inventaris en apparatuur geïnvesteerd. Hiervan is € 1,9 mln. uitgegeven aan hard- en software, waarvan € 0,3 mln. aan hard- en software voor zeevaart- en binnenvaartsimulatoren en € 1,6 mln. aan nieuwe laptops en servers.

Investeringen in machines en apparatuur bedraagt € 1,6 mln. (2020: € 1,3 mln.) hoofdzakelijk ten behoeve van het onderwijs. € 0,3 mln. hiervan komt voort uit lesgebonden investeringen bij de verbouwing van gebouw A in Drachten.

De overige € 0,2 mln. (2020: € 0,3 mln.) aan investeringen betreft meubilair ten behoeve van kantoor en studenten.

1.3 Financiële vaste activa

1.3 Financiële vaste activa Boekwaarde 01/01/2021 Investeringen en verstrekte leningen Dividend Resultaat deel- nemingen Boekwaarde 31/12/2021
Deelneming in groepsmaatschappijen 3.978.857 0 0 37.098 4.015.955
Totaal financiële vaste activa 3.978.857 0 0 37.098 4.015.955

De financiële activa betreft de 100%-deelneming in Friese Poort Opleiding & Training B.V. te Leeuwarden, met een netto vermogenswaarde van € 4.015.956 per 31 december 2021 (€ 3.978.857 per 31 december 2020).

Vlottende activa

1.5. Vorderingen

1.5 Vorderingen 31/12/2021 31/12/2020
1.5.1 Debiteuren algemeen 310.863 373.522
1.5.5 Vorderingen op studenten/deelnemers/cursisten 275.838 300.175
1.5.7 Overige vorderingen 598.728 379.364
1.5.8 Overlopende activa 1.259.129 1.402.029
1.5.9 Voorzieningen wegens oninbaarheid -63.990 -154.721
1.5 Totaal vorderingen 2.380.568 2.300.369

De boekwaarde van de opgenomen vorderingen benadert de reële waarde, gegeven het kortlopende karakter van de vorderingen en het feit dat waar nodig voorzieningen voor oninbaarheid zijn gevormd. De vorderingen hebben een looptijd korter dan één jaar.

1.5.7 Overige vorderingen

De overige vorderingen zijn in 2021 met € 0,3 mln. gestegen ten opzichte van 2020. Dit betreffen creditfacturen van onder andere een intermediair welke bestellingen en leveringen van studieboeken faciliteert, een ICT-leverancier en een adviesbureau. 

1.5.8. Overlopende activa

Onder de overlopende activa zijn begrepen de nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen (€ 0,2 mln. respectievelijk € 1,0 mln.). De vooruitbetaalde bedragen betreffen facturen welke in 2021 zijn ontvangen maar, al dan niet gedeeltelijk, betrekking hebben op 2022. Dit betreffen onder andere softwarelicenties, verzekeringen, huur, examengeld en marketing- en promotiekosten. 

1.5.9. Voorziening wegens oninbaarheid

Het verloop van de voorziening wegens oninbaarheid is als volgt:

1.5.9 Voorziening wegens oninbaarheid 2021 2020
  Stand per 1 januari -154.721 -95.723
  Onttrekking 74.427 28.854
  Vrijval / Dotatie 16.304 -87.851
1.5.9 Stand per 31 december -63.990 -154.721

De voorziening wegens oninbaarheid heeft betrekking op de post debiteuren. Dit betreft met name studenten, BPV-bedrijven en een post doorbelaste huisvestingskosten. 

1.7. Liquide middelen

1.7 Liquide middelen 31/12/2021 31/12/2020
1.7.1 Kasmiddelen 2.346 2.541
1.7.2 Banken 38.345.615 26.382.374
1.4 Totaal liquide middelen 38.347.961 26.384.915

Bij schatkistbankieren van het Ministerie van Financiën is ultimo 2021 € 38,2 mln. ondergebracht. Verder bestaan de liquide middelen uit kasgelden, het saldo van lopende rekeningen en spaargelden bij commerciële banken.

De liquide middelen staan ter vrije beschikking van ROC Friese Poort en zijn niet weggezet voor een periode langer dan één jaar met uitzondering van een bankgarantie van € 82.333 in verband met huurverplichtingen.

Passiva

2.1 Eigen vermogen

2.1 Eigen vermogen Stand 01/01/2020 Bestemming exploitatie-saldo 2020 Stand per 31/12/2020 Bestemming exploitatie-saldo 2021 Stand per 31/12/2021
2.1.1 Algemene reserve 12.723.403 790.053 13.513.456 4.404.421 17.917.877
2.1.2 Bestemmingsreserve (publiek)          
  Huisvesting 63.700.000 457.000 64.157.000 258.000 64.415.000
  Nationaal Programma Onderwijs 0 0 0 2.578.000 2.578.000
2.1.2 Totaal bestemmingsreserve (publiek) 63.700.000 457.000 64.157.000 2.836.000 66.993.000
2.1.3 Bestemmingsreserve (privaat) 3.990.395 -29.538 3.960.857 37.098 3.997.955
2.1.3 Totaal bestemmingsreserve (privaat) 3.990.395 -29.538 3.960.857 37.098 3.997.955
2.1 Totaal eigen vermogen 80.413.798 1.217.515 81.631.313 7.277.519 88.908.832

Het eigen vermogen bestaat uit de algemene reserve, bestemmingsreserve publiek en de bestemmingsreserve privaat, die betrekking heeft op de algemene reserve van Friese Poort Opleiding & Training B.V.

Het exploitatiesaldo 2021 is opgenomen in de kolom bestemming exploitatiesaldo 2021.

2.1 Resultaatbestemming 2021

Bij de bestemming van het exploitatiesaldo 2021 wordt rekening gehouden met de uitgangspunten in de notitie ‘Omvang eigen vermogen ROC Friese Poort 2005’, de uitkomsten van de calculatie ten aanzien van de risico’s ultimo 2021 en interne beleidsafspraken.

Van het resultaat 2021 van € 7,3 mln. is € 4,4 mln. toegevoegd aan de algemene reserve, € 0,3 mln. aan de bestemmingsreserve huisvesting, dit betreft het huisvestingsresultaat 2021, en € 2,6 mln. aan de reserve Nationaal Programma Onderwijs, welke Friese Poort verwacht in 2022 en 2023 te besteden. 

Het resultaat deelneming Friese Poort Opleiding & Training B.V. van € 37.098 is toegevoegd aan de bestemmingsreserve privaat.

2.1.1. Algemene reserve

De algemene reserve is bedoeld als risicobuffer voor onvoorziene tekorten in de exploitatie. De ondergrens is berekend op € 6,6 mln. (2020: € 6,0 mln.), zijnde 5% van de Rijksbijdragen. 

2.1.2. Bestemmingsreserve publiek

Dit betreft € 0,3 mln. huisvestingsresultaat en € 2,6 mln. aan de reserve Nationaal Programma Onderwijs, welke Friese Poort verwacht in 2022 en 2023 te besteden. 

2.1.3. Bestemmingsreserve privaat

De private bestemmingsreserve bestaat uit de overige reserve van de private partij Friese Poort Opleiding & Training B.V. waaraan het resultaat 2021 van € 37.098 is toegevoegd.

2.2 Voorzieningen

2.2 Voorzieningen Stand per 01/01/2021 Dotaties Onttrekkingen Vrijval Stand per 31/12/2021 Kortlopend deel (<1 jaar) Langlopend deel (>1 jaar <5 jaar) Langlopend deel (>5 jaar)
2.2.1 Personeelsvoorzieningen                
  Voorziening wachtgeld 348.000 228.226 198.226 227.000 151.000 118.000 33.000 0
  Voorziening spaarverlof ADV 22.000 0 5.000 0 17.000 2.000 9.000 6.000
  Voorziening WGA 2.020.000 891.666 144.666 94.000 2.673.000 369.000 1.461.000 843.000
  Voorziening duurzame inzetbaarheid 4.756.000 983.175 430.175 270.000 5.039.000 920.000 2.610.000 1.509.000
  Voorziening jubileum 1.194.000 38.000 13.000 1.000 1.218.000 95.000 358.000 765.000
  Voorziening WAB tijdelijk contract 46.000 264.593 265.593 1.000 44.000 42.000 2.000 0
2.2.1 Totaal personeelsvoorzieningen 8.386.000 2.405.660 1.056.660 593.000 9.142.000 1.546.000 4.473.000 3.123.000
2.2 Totaal voorzieningen 8.386.000 2.405.660 1.056.660 593.000 9.142.000 1.546.000 4.473.000 3.123.000

2.2.1. Personeelsvoorzieningen

De personele voorzieningen ultimo 2021 bestaan uit de voorziening wachtgeld, spaarverlof ADV, WGA, duurzame inzetbaarheid senioren, jubileum, WAB tijdelijk contract en overige personele voorzieningen.

De wachtgeldvoorziening is opgenomen ten behoeve van de langlopende wachtgeld verplichtingen die voor rekening van de werkgever komen. Ultimo 2021 is deze verplichting opgenomen voor 8 wachtgelders (2020: 18), waarvan de verplichting naar verwachting tot 2022 (respectievelijk 2021) doorloopt. De kortlopende wachtgeldverplichtingen worden direct als periodelast verantwoord.

Voor de voorziening spaarverlof ADV geldt dat deze regeling is komen te vervallen of vervangen. Dit houdt in dat er geen nieuwe instroom is in deze regelingen. De onttrekkingen binnen deze voorzieningen gelden voor bestaande gevallen en mensen die onder de overgangsregelingen vallen, zoals deze zijn opgenomen in de CAO.

De WGA voorziening is gevormd vanwege het eigen risicodragerschap voor de WGA en Ziektewet. De onttrekking betreft de kosten voor WGA- en Ziektewetuitkeringen. De WGA kosten komen op grond van de CAO volledig ten laste van de werkgever. De kosten van de WGA’ers worden voorzien op basis van een individuele inschatting van de verwachte arbeidsongeschiktheid en de verwachte looptijd van de WGA-uitkering, met een maximale looptijd van tien jaar. De kosten zijn gebaseerd op bekende WGA’ers (21; 2020: 26) en zieken (8; 2020: 11) op balansdatum en op de verwachte instroom in de WGA en de Ziektewet.

Duurzame inzetbaarheid
In de CAO middelbaar beroepsonderwijs vanaf de CAO 2018-2020 afspraken gemaakt over regelingen in het kader van Duurzame inzetbaarheid voor oudere werknemers. Binnen deze regelingen vallen zowel de overgangsregeling BAPO als regeling seniorenverlof. Daarnaast heeft Friese Poort sinds 2019 de generatieregeling opengesteld. Indien medewerkers deelnemen aan deze regelingen bouwen zij rechten op om in de toekomst minder te werken waarbij de kosten daarvan deels voor rekening van de werknemer en deels voor rekening van de werkgever zijn. Met uitzondering van de (overgangsregeling) BAPO, die als periodelasten worden verwerkt, dient voor het werkgeversdeel van de regelingen een voorziening te worden gevormd.

De verplichtingen uit hoofde van deze regelingen omvatten verplichtingen jegens werknemers die al hebben geopteerd voor gebruikmaking van de regeling, werknemers die kunnen opteren voor gebruikmaking maar dat nog niet hebben gedaan, en werknemers die nog niet kunnen opteren, maar dat tijdens de looptijd van de bestaande regelingen in de toekomst wel kunnen doen.

Vanaf 2019 is een start gemaakt met het inschatten van de kans dat werknemers gebruik gaan maken van de regelingen. De elementen voor de berekening van de voorziening zijn de werknemers op wie de regelingen van toepassing zijn, de geschatte kans dat voor gebruikmaking van de regelingen wordt geopteerd, de blijfkans van de werknemers, de blijfkans van de regeling seniorenverlof, de leeftijden en diensttijdfactor en de salarissen en werkgeverslasten die voor rekening van de werkgever komen. De kans van gebruikmaking van de regeling seniorenverlof is in 2021 opnieuw beoordeeld en daarop aangepast naar 29,0% (2020: 23,8%).

Per 31 december 2021 maken 108 (2020: 104) medewerkers gebruik van het seniorenverlof, in fte 95,2 fte (2020: 90,7). Daarnaast maken 20 (2020: 17) medewerkers gebruik van de generatieregeling, in fte 19,0 (2020: 16,3).

Bij de berekening is rekening gehouden met een jaarlijkse salarisstijging van 1,5%.

De voorziening is gewaardeerd tegen contante waarde met als rekenrente 0% (actuele marktrente per 31-12-2021).

De jubileumvoorziening heeft betrekking op uitkeringen aan medewerkers op basis van de duur van het dienstverband. De voorziening voor jubileumuitkeringen is bepaald via een berekeningsmodel, waarin rekening gehouden is met de blijfkans van medewerkers en een gemiddelde indexatie van het brutosalaris van 1,5% en een disconteringsrente van 0%. In 2021 zijn de blijfkansen opnieuw beoordeeld. Deze zijn ongewijzigd gebleven ten opzichte van 2020.

Op grond van de Wet Arbeidsmarkt in Balans (ingangsdatum 1 januari 2019) hebben werknemers met tijdelijke contracten recht op een transitievergoeding bij ontslag vanaf de eerste werkdag. Per 31 december 2021 is een voorziening gevormd voor contracten die voor balansdatum zijn afgesloten en waarvan de intentie aanwezig is om deze na balansdatum niet te verlengen.

2.4 Kortlopende schulden

2.4 Kortlopende schulden 31/12/2021 31/12/2020
2.4.1 Kredietinstellingen 27.227 27.227
2.4.3 Crediteuren 2.835.695 3.360.653
2.4.5 Schulden aan groepsmaatschappijen 5.133.285 4.645.827
2.4.7 Belastingen en premies sociale verzekeringen    
  Loonheffing 0 0
  Omzetbelasting 0 0
2.4.7 Totaal belastingen en premies sociale verzekeringen 0 0
2.4.8 Schulden terzake van pensioenen 0 1.105
2.4.9 Overige kortlopende schulden 550.808 193.578
2.4.10 Overlopende passiva    
  Vooruitontvangen college-, cursus- en lesgelden 288.980 1.254.201
  Vooruitontvangen subsidies OCW geoormerkt 1.168.089 1.358.364
  Vooruitontvangen investeringssubsidies 2.777.094 2.633.544
  Vakantiegeld en -dagen 4.450.481 4.010.820
  Overig 5.084.835 3.776.969
2.4.10 Totaal overlopende passiva 13.769.478 13.033.898
2.4 Totaal kortlopende schulden 22.316.493 21.262.288

Ultimo 2021 heeft Stichting voor Christelijk BVE Friesland/Flevoland onder de kortlopende schulden € 5.133.285 (2020: € 4.645.827) verantwoord als rekening-courant groepsmaatschappijen. Dit betreft de rekening-courantverhouding met ROC Friese Poort Opleiding en Training B.V. te Leeuwarden. Over deze post wordt rente berekend op basis van de werkelijk ontvangen rente op de spaarrekeningen van ROC Friese Poort. In 2021 is geen  rente verrekend (2020: € 5.327), met als reden dat ROC Friese Poort geen rente betaalt of ontvangt op lopende rekeningen bij banken dan wel bij schatkistbankieren van het ministerie OCW. Er zijn geen zekerheden gesteld.

In 2021 is de post vooruitontvangen subsidies OCW geoormerkt gedaald naar € 1,2 mln. (2020: € 1,4 mln). De daling heeft betrekking op de projecten ‘RIF Healthy Ageing Friesland’ en ‘Regionaal Programma Voortijdig schoolverlaten’ welke in 2020 voortijdig is beëindigd respectievelijk is afgerond.

Onder de overige overlopende passiva zijn onder andere opgenomen de vooruitontvangen niet-geoormerkte OCW-subsidies. Ultimo 2021 bedraagt dit € 3,1 mln. (2020: € 2,3 mln.). Overige vooruitontvangen subsidies zijn Regiodeal Flevoland € 0,8 mln. (2020: € 0,6 mln.), Erasmus plus subsidie voor internationalisering € 0,6 mln. (2020: € 0,4 mln.), VWS-subsidie hepatitis B vaccinaties € 0,1 mln. (2020: € 0,1 mln.) en Sterk Techniek Onderwijs € 0,1 mln. (2020: € 0,0 mln).

Financiële instrumenten:
ROC Friese Poort maakt gebruik van uiteenlopende financiële instrumenten die de organisatie blootstelt aan markt- , rente-, kasstroom-, krediet- en liquiditeitsrisico. Om deze risico’s te beheersen heeft de organisatie een beleid inclusief een stelsel van limieten en procedures opgesteld om de risico’s van onvoorspelbare ongunstige ontwikkelingen op de financiële markten en daarmee de financiële prestatie van de organisatie te beperken. De organisatie zet geen afgeleide financiële instrumenten in om risico’s te beheersen en maakt geen gebruik van derivaten.

Kredietrisico:
De vorderingen uit hoofde van debiteuren zijn getoetst op inbaarheid en voor zover nodig geacht voorzien. Voor de kredietrisico’s inzake de overige vorderingen wordt verwezen naar financiële vaste activa en vorderingen.

Renterisico:
Het renterisico is beperkt tot eventuele veranderingen in de marktwaarde van opgenomen en uitgegeven leningen. Bij deze leningen is sprake van een vast rentepercentage over de gehele looptijd. De leningen worden aangehouden tot einde van de looptijd. De organisatie heeft derhalve als beleid om geen afgeleide financiële instrumenten te gebruiken om (tussentijdse) rentefluctuaties te beheersen.

Liquiditeitsrisico:
De organisatie loopt geen significante liquiditeitsrisico’s. Er geldt een Treasurystatuut voor het mitigeren van de liquiditeitsrisico’s. ROC Friese Poort heeft een goede financiële positie met voldoende eigen vermogen en liquide middelen.

Toelichting op de enkelvoudige staat van baten en lasten

Baten

3.4 Baten werk in opdracht van derden

3.4 Baten werk in opdracht van derden 2021 Begroting 2021 2020
3.4.3 Overige baten werk in opdracht van derden 3.144.297 3.567.276 2.911.563
3.4 Totaal baten werk in opdracht van derden 3.144.297 3.567.276 2.911.563

3.4.3 Overige

De baten werk in opdracht derden zijn ten opzichte van 2020 gestegen met € 0,2 mln. door het in 2021 gestarte project NL leert door. Ten opzichte van de begroting blijven de overige baten € 0,4 mln. achter, door beperkingen als gevolg van Covid-19. 

Lasten

4.1 Personele lasten

4.1 Personeelslasten 2021 Begroting 2021 2020
  Lonen en salarissen 72.928.256 72.394.049 69.432.193
  Sociale lasten 9.762.631 9.280.957 9.155.109
  Pensioenlasten 12.429.970 11.123.255 10.971.492
4.1.1 Lonen, salarissen, sociale lasten en pensioenlasten 95.120.857 92.798.261 89.558.794
  Dotaties personele voorzieningen 2.405.660 574.000 2.471.482
  Lasten personeel niet in loondienst 2.051.833 1.443.000 1.479.004
  Overige 6.214.529 7.111.019 7.579.882
4.1.2 Overige personele lasten 10.672.022 9.128.019 11.530.368
4.1.3 Af: Ontvangen vergoedingen -724.157 -387.000 -584.732
4.1 Totaal personeelslasten 105.068.722 101.539.280 100.504.430

4.1.1 Lonen en salarissen

Gemiddeld zijn er over 2021 1.269 fte in dienst (2020: 1.250 fte). Netto zijn er in 2021 gemiddeld 1.222 fte (2020: 1.204 fte) in dienst. Bruto fte betreft het aantal fte zonder aftrek verlofregelingen en exclusief externe inhuur, welke overeenkomt met het aantal fte dat wordt verloond. Netto fte betreft het aantal fte met aftrek verlofregeling en inclusief externe inhuur, welke overeenkomt met het aantal fte dat inzetbaar is. De bruto fte (begroting 2021 op basis van netto fte) kunnen als volgt worden verdeeld:

Gemiddeld (bruto) fte in dienst 2021 Begroting 2021 2020
Management/directie* 9 9 9
Onderwijzend personeel 903 840 883
Ondersteunend personeel 357 349 358
Totaal fte in dienst 1.269 1.198 1.250

4.1.2 Overige personele lasten

Onder de overige personele lasten vallen de dotaties aan personele voorzieningen, kosten voor uitzendkrachten en overige werknemer gerelateerde kosten zoals scholing en vestigingsactiviteiten.

Ten opzichte van de begroting 2021 is € 1,8 mln. meer gedoteerd dan begroot aan personele voorzieningen en € 0,1 mln. minder dan voorgaand jaar. Er wordt een netto dotatie begroot, terwijl de gerealiseerde dotatie het saldo is van onttrekkingen minus dotatie, zie specificatie van voorzieningen onder hoofdstuk 2.2. 

Op lasten van personeel niet in loondienst is € 0,6 mln. meer besteed dan begroot en € 0,5 mln. ten opzichte van voorgaand jaar omdat er relatief meer uitzendkrachten en ZZP'ers zijn ingehuurd. Daar in tegen zijn de overige personeelslasten lager ten opzicht van voorgaand jaar omdat er minder diensten van derden partijen zijn afgenomen zoals ICT-gerelateerde diensten. Daarnaast vallen ook in 2021 diverse kosten lager uit als gevolg van Covid-19, waaronder scholingskosten, vergaderkosten en reis- en verblijfkosten.  

4.2 Afschrijvingen

4.2 Afschrijvingen 2021 Begroting 2021 2020
4.2.2 Materiële vaste activa 7.628.514 8.089.588 8.068.823
4.2 Totaal afschrijvingen 7.628.514 8.089.588 8.068.823

De afschrijvingen zijn lager dan begroot en lager dan voorgaand jaar. Dit wordt voor € 0,2 mln. veroorzaakt door afschrijvingen op gebouwen, met name omdat de bouw van units bij Gebouw D in Drachten niet zijn doorgegaan en omdat opleveringen van verbouwingen later hebben plaatsgevonden dan gepland. De overige € 0,2 mln. wordt veroorzaakt door uitstel van aanschaf van meubilair en leermiddelen. Als gevolg van lockdowns door Covid-19 en door geplande nieuwbouw is de noodzaak om meubilair en leermiddelen te vervangen minder geworden dan gepland.

4.3 Huisvestingslasten

4.3 Huisvestingslasten 2021 Begroting 2021 2020
4.3.1 Huur 1.083.328 897.462 908.657
4.3.2 Verzekeringen 175.024 190.000 190.606
4.3.3 Onderhoud 1.987.890 1.845.000 1.472.307
4.3.4 Energie en water 1.328.219 1.314.000 1.287.374
4.3.5 Schoonmaakkosten 1.867.492 1.812.500 1.836.254
4.3.6 Belastingen en heffingen 617.167 693.249 626.476
4.3 Totaal huisvestingslasten 7.059.120 6.752.211 6.321.674

4.3.1 Huur

De huurlasten zijn gestegen met € 0,2 mln. ten opzicht van begroting met name omdat in plaats van de bouw van units bij gebouw D in Drachten een ruimte is gehuurd. 

4.3.3 Onderhoud

De onderhoudslasten zijn € 0,1 mln. hoger dan begroot en € 0,5 mln. hoger ten opzicht van voorgaand jaar doordat in de aanneemsom van de verbouwing van gebouw A in Drachten naast investeringen een deel onderhoud is gepleegd. 

4.4 Overige lasten

4.4 Overige lasten 2021 Begroting 2021 2020
4.4.1 Administratie en beheer 5.801.464 6.196.290 5.362.050
4.4.2 Inventaris en apparatuur 5.327.161 5.831.366 4.743.953
4.4.3 Dotatie overige voorzieningen -16.304 3.000 87.026
4.4.5 Overige 1.383.857 460.746 1.002.923
4.4 Totaal overige lasten 12.496.178 12.491.402 11.195.952

4.4.1 Administratie en beheer

Voor administratie- en beheerslasten geldt dat deze € 0,5 mln. lager is ten opzicht van de begroting en € 0,4 mln hoger dan 2020. De afwijking ten opzichte van de begroting wordt veroorzaakt door maatregelen omtrent Covid-19, omdat in de begroting telkens is uitgegaan van een jaar zonder maatregelen hieromtrent. Ten opzichte van voorgaand jaar wordt de stijging met name veroorzaakt door nieuwe licenties op ICT-gebied.

4.4.2 Inventaris en apparatuur

Voor inventaris en apparatuurlasten geldt dat deze € 0,5 mln. lager ten opzichte van de begroting en € 0,6 mln. hoger dan 2020. Dit wordt veroorzaakt door uitstel van leer- en hulpmiddelen en bijzondere lesactiviteiten, deels als gevolg van Covid-19. In de begroting is telkens uitgegaan van een jaar zonder maatregelen omtrent Covid-19.

4.4.5 Overige

Overige lasten zijn € 0,9 mln. hoger ten opzichte van de begroting en € 0,4 mln. hoger ten opzichte van voorgaand jaar. Diverse advieskosten zijn eenmalig en niet begroot waaronder € 0,2 mln. met betrekking tot de voorgenomen fusie tussen ROC Friese Poort en Friesland College. en € 0,1 mln. advieskosten met betrekking tot huisvesting. Verder is er ten opzichte van voorgaand jaar € 0,1 mln. meer inkopen voor kantines gerealiseerd.

5 Financiële baten en lasten

5 Saldo financiële baten en lasten 2021 Begroting 2021 2020
5.1 Financiële baten      
5.1.1 Rentebaten en soortgelijke opbrengsten 545 20.000 6.004
5.1 Totaal financiële baten 545 20.000 6.004
5.2 Financiële lasten      
5.1.1 Rentelasten en soortgelijke lasten -15.570 -11.000 -70.916
5.2 Totaal financiële lasten -15.570 -11.000 -70.916
5 Totaal financiële baten en lasten -15.025 9.000 -64.912

De financiële lasten zijn gedaald doordat rekening couranten bij commerciele banken zoveel als mogelijk zijn beeindigd. Er wordt gebruik gemaakt van schatkistbankieren bij het ministerie OCW. Hierbij wordt geen negatieve rente berekend over het saldo. 

7 Resultaat deelnemingen

7 Resultaat deelnemingen 2021 Begroting 2021 2020
  Resultaat deelnemingen      
  ROC Friese Poort Bedrijfsopleidingen B.V. 37.098 391 -29.539
7 Totaal resultaat deelnemingen 37.098 391 -29.539

Vaststelling en goedkeuring jaarrekening

Datum vaststelling jaarrekening

Leeuwarden, 31 mei 2022

Voorzitter College van Bestuur

De heer drs. H.W. Meijerink RA

Lid College van Bestuur

Mevrouw drs. A.C. Muller

Datum goedkeuring jaarrekening

Leeuwarden, 24 juni 2022

Voorzitter Raad van Toezicht
De heer G. Jaarsma

Lid Raad van Toezicht
De heer  B. Hoekstra

Lid Raad van Toezicht
De heer  J. Olivier

Lid Raad van Toezicht
De heer  F. Veenstra

Lid Raad van Toezicht
Mevrouw T.K. Kwint

Lid Raad van Toezicht
De heer B.J. Pastoor

Lid Raad van Toezicht
De heer P.D. van der Zwan

Lid Raad van Toezicht
Mevrouw I.E.M. Ezinga-Roebroek

Overige gegevens

Statutaire regeling resultaatbestemming

In de statuten van de Stichting ROC Friese Poort is niet specifiek opgenomen hoe het jaarlijks resultaat te bestemmen. Jaarlijks wordt in de jaarrekening onder hoofdstuk 2.1 Resultaatbestemming de verdeling bepaald.

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

Aan: het College van Bestuur en de Raad van Toezicht van Stichting voor Christelijk Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie Friesland/Flevoland

Verklaring over de in het geïntegreerd jaardocument opgenomen jaarrekening

Ons oordeel

Wij hebben de jaarrekening 2021 van Stichting voor Christelijk Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie Friesland/Flevoland (of hierna ‘de stichting’) te Leeuwarden (hierna
‘de jaarrekening') gecontroleerd.

Naar ons oordeel:

  • geeft de in dit geïntegreerd jaardocument opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en samenstelling van het vermogen van Stichting voor Christelijk Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie Friesland/Flevoland per 31 december 2021 en van het resultaat over 2021 in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs;
  • zijn de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties over 2021 in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand gekomen in overeenstemming met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in paragraaf 2.3.1 ‘Referentiekader’ van het Onderwijsaccountantsprotocol
    OCW 2021.

De jaarrekening bestaat uit:

  1. de geconsolideerde en enkelvoudige balans per 31 december 2021;
  2. de geconsolideerde en enkelvoudige staat van baten en lasten over 2021;
  3. het geconsolideerd kasstroomoverzicht over 2021; en
  4. de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen.

De basis voor ons oordeel

Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden en het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2021 vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’.

Wij zijn onafhankelijk van Stichting voor Christelijk Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie Friesland/Flevoland zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA).

Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

Naleving anticumulatiebepaling WNT niet gecontroleerd

In overeenstemming met het Controleprotocol WNT 2021 hebben wij de anticumulatiebepaling, bedoeld in artikel 1.6a WNT en artikel 5, lid 1 sub n en o Uitvoeringsregeling WNT, niet gecontroleerd. Dit betekent dat wij niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een leidinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekkingen als leidinggevende topfunctionaris bij andere WNT-plichtige instellingen, alsmede of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledig is.

Verklaring over de in het geïntegreerd jaardocument opgenomen andere informatie

Naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij, omvat het geïntegreerd jaardocument andere informatie, die bestaat uit:

  • de samenvatting;
  • het bestuursverslag inclusief kwantitatief verslag;
  • de overige gegevens.

Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie:

  • met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat;
  • alle informatie bevat die op grond van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs en op grond van de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in paragraaf 2.2.2 ‘Bestuursverslag’ van het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2021 is vereist.

Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de controle van de jaarrekening of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat.

Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in de Regeling jaarverslaggeving onderwijs paragraaf 2.2.2 ‘Bestuursverslag’ van het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2021 en de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening.

Het College van Bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder het bestuursverslag en de overige gegevens in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs en met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in paragraaf 2.2.2 ‘Bestuursverslag’ van het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2021.

Beschrijving van verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening

Verantwoordelijkheden van het College van Bestuur en de Raad van Toezicht voor de jaarrekening

Het College van Bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken en getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs.

Het College van Bestuur is ook verantwoordelijk voor het rechtmatig tot stand komen van de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties, in overeenstemming met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in paragraaf 2.3.1 ‘Referentiekader’ van het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2021.

In dit kader is het College van Bestuur tevens verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het College van Bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van die relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude.

Bij het opmaken van de jaarrekening moet het College van Bestuur afwegen of de onderwijsinstelling in staat is om haar activiteiten in continuïteit voort te zetten. Op grond van genoemd verslaggevingsstelsel moet het College van Bestuur de jaarrekening opmaken op basis van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het College van Bestuur het voornemen heeft om de onderwijsinstelling te liquideren of de activiteiten te beëindigen of als beëindiging het enige realistische alternatief is.

Het College van Bestuur moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de onderwijsinstelling haar activiteiten in continuïteit kan voortzetten, toelichten in de jaarrekening. 

De Raad van Toezicht is verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het proces van financiële verslaggeving van de onderwijsinstelling.

Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening

Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel.

Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid, waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle materiële fouten en fraude ontdekken.

Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van de jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel.

Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2021, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen. Onze controle bestond onder andere uit:

  • het identificeren en inschatten van de risico’s dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fouten of fraude, het niet rechtmatig tot stand komen van baten en lasten alsmede de balansmutaties, die van materieel  belang zijn, het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing;
  • het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de onderwijsinstelling;
  • het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving, de gebruikte financiële rechtmatigheidscriteria en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door het College van Bestuur en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan;
  • het vaststellen dat de door het College van Bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is. Tevens het op basis van de verkregen controle-informatie vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de onderwijsinstelling haar activiteiten in continuïteit kan voortzetten. Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om in onze controleverklaring de aandacht te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat een onderwijsinstelling haar continuïteit niet langer kan handhaven;
  • het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening en de daarin opgenomen toelichtingen; en
  • het evalueren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties en gebeurtenissen en of de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn gekomen.

Gegeven onze eindverantwoordelijkheid voor het oordeel zijn wij verantwoordelijk voor de aansturing van, het toezicht op en de uitvoering van de groepscontrole. In dit kader hebben wij de aard en omvang bepaald van de uit te voeren werkzaamheden voor de groepsonderdelen. Bepalend hierbij zijn de omvang en/of het risicoprofiel van de groepsonderdelen of de activiteiten. Op grond hiervan hebben wij de groepsonderdelen geselecteerd waarbij een controle of beoordeling van de volledige financiële informatie of specifieke posten noodzakelijk was.

Wij communiceren met de Raad van Toezicht onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing.  

Amsterdam, 24 juni 2022

KPMG Accountants N.V.

J.L.C. van Sabben RA